vrijdag 30 maart 2012

3. Chinatown on the roof of the Duomo

Me, Daisy and...
the mysterious bottle!
Yesterday I have visited the inside of the Duomo and today my to-do list tells me I have to climb on the roof of this giant building. Why? To touch the sky with my finger (I only read what is written in my guide) and admire the hundreds of statues which proudly decorate this huge cathedral. My beloved fiancé has a couple of hours free this morning so we decide to climb the 250 steps to the roof of Milan together. Once we finally arrive there, we are deeply impressed by the marvelous view. The unique and meditative silence, which the guide book had promised us, unfortunately isn’t available today because one of the luxurious restaurants on the roof of the Rinascente in front of us is so generous to let us enjoy their cheerful background music (all for free!). With my finger ultra ready for the job, I start looking for the best spot to touch the sky and to be photographed during this historical moment of me taking the third step to Milaneseness.

I find this spot in the middle of the most central roof terrace of the Duomo where I see the beginning of some pillar (they probably forgot to finish it) ideal for posing between elegant spires and other architectural beauty. Unfortunately the other visitors also seem to have found it which doesn’t make it easy for Alessandro to take a picture of me without some unknown tourist standing by my side. Especially Chinese Duomo climbers take their time to finish their photo reportages and get on the nerves of my sweet husband to-be who is cursing already for half an hour because some Chinese girl just doesn’t want to step out of the picture. I patiently examine the Asian model when suddenly I see something strange dangling at her backpack. I run towards Alessandro, pull the camera out of his hands and start my own photo reportage of the girl and her odd appendix. I’m talking about a bottle of water filled with strange roots or stems or something. As a fresh Master in Food Culture the thing intrigues me and so I have to find out what it is. I walk up to Daisy, because that’s how the girl is called, and interrogate her about the curious bottle she is carrying with her. She reveals me that it’s a combination of three different types of root which make her fizz of energy all day long! Given the fact that I can use some extra energy myself this year (I still have 98 Milanese tasks to execute, remember!), I ask her if she would be so kind to write their names down for me. Daisy is happy to do so but she is not sure whether I’ll be able to find the ingredients in Italy. She explains me that she brought all the roots directly from China.

But Nathalie Stevens wouldn’t be Nathalie Stevens if she wouldn’t find a solution for this tiny little problem! 5 minutes later I’m back down in front of the Duomo on my way to Milano’s Chinatown, that’s to say Via Sarpi and surroundings. Once I arrive there with my travel guide full of Chinese symbols, I enter the first Chinese grocery shop that I can find and ask for some Mai Dong, Shen Xu and Huang Qi, please. The lady at the counter looks at me in a strange way and tells me that she doesn’t sell this kind of things and that I have to go to a Chinese pharmacy. There are two of them in Via Messina, she says. I haven’t got the faintest idea where to find Via Messina and the lady’s broken Italian is too crumbly to make me any wiser, so I just decide to keep on walking in the colorful, Chinese neighborhood and give it a second try somewhere else. Not a bad idea, apparently, because after a quarter of an hour, I find this friendly tofu lady who sends me to Doctor Wen Wei Hua.

Doctor W. has a Chinese herb shop and laughs loud when I show him the symbols Daisy wrote down for me. He explains me that Daisy’s word for the Shen Xu root doesn’t simply indicate the well-known Gin Sheng root (that would have been easy) but the unfindable little beardy hairs on the roots of this root! Doctor W. doesn’t sell ingredients of that level of detail – and he doubts anyone else in Chinatown does – but he says that according to him the cocktail will definitely be as effective if I just use some ordinary slices of Gin Sheng. He explains me that I have to boil 10 grams of Mai Dong and 20 grams of Huang Qi for about an hour and that I have to add the slices of Shen Xu only at the end. Happy as a child, I walk out of the shop of my new Chinese herb dealer. Tomorrow I’ll brew my magical energy potion and work myself through my to-do list number 4 like a real Speedy Gonzales! Be ready, folks!

3. Chinatown op het dak van de Duomo

Daisy, ik en...
de geheimzinnige fles
Gisteren bezocht ik de binnenkant van de Duomo. Vandaag blijk ik volgens mijn lijstje op het dak te moeten kruipen van dit immense gebouw. Daar word ik namelijk verondersteld de hemel aan te raken met een vinger (ik lees ook maar wat er staat) en de honderden beelden te bewonderen die op de vele torentjes van de Duomo prijken. Zo gezegd, zo gedaan en aangezien mijn lieve verloofde vandaag een uurtje vrij heeft, beklimmen we samen de 250 trappen naar het topje van Milaan. Daar staan we versteld van het prachtige uitzicht. De indrukwekkende, meditatieve stilte die mijn gids me had beloofd, is helaas onvindbaar want één van de luxerestaurantjes op het dak van de Rinascente aan de overkant is zo genereus ons mee te laten genieten van vrolijke sfeermuziek (gratis nog wel!). Met mijn vinger in de aanslag ga ik op zoek naar een geschikte plek om de hemel aan te raken en gefotografeerd te worden bij de verwezenlijking van deze derde etappe in mijn Milano-parcours.

Dat plekje vind ik in het midden van het centrale dakterras van de Duomo waar een soort mini-pilaartje mij de kans geeft bevallig te poseren temidden van waterspuwers en ander moois. Helaas blijken ook alle andere bezoekers dat plekje gevonden te hebben en is het dus niet zo gemakkelijk om mij te fotograferen zonder een of andere onbekende toerist aan mijn zijde. Vooral Chinese Duomo-beklimmers zijn niet snel klaar met hun fotoreportages en dus staat Alessandro een half uur lang te vloeken omdat een Chinees meisje maar niet uit de foto wil gaan. Ik bestudeer het Aziatische model geduldig en zie plotseling iets vreemds aan haar rugzak bengelen. Vlug loop ik naar Alessandro, ruk hem de camera uit handen en begin als een bezetene zelf aan een fotoreportage van het meisje en haar vreemde aanhangsel. Ze loopt namelijk rond met een fles water die vol zit met rare wortels of stengels of zoiets. Als een frisse Master in Food Culture ben ik daar natuurlijk onmiddellijk door geïntrigeerd en moet ik hier absoluut het fijne van weten. Daisy, want zo heet het meisje, wordt op haar schouder getikt en ondervraagd over het vreemde goedje dat ze meezeult. Blijkt het te gaan om een combinatie van drie verschillende wortels die ervoor zorgen dat Daisy een hele dag bruist van energie! Aangezien ik zelf dit jaar ook wel wat energie kan gebruiken (ik moet nog 98 Milanese hordes nemen, remember!), vraag ik haar of ze de namen van de wortels voor mij kan noteren. Dat doet Daisy, alleen weet ze niet zeker of ik de ingrediënten wel in Italië zal kunnen vinden. Zij heeft ze namelijk zelf helemaal vanuit China meegebracht.
Maar dan kent Daisy Nathalie Stevens nog niet! Binnen de 5 minuten sta ik weer aan de voet van de Duomo en heb ik de weg uitgestippeld naar het Chinatown van Milaan; Via Sarpi en omgeving. Met mijn reisgids nu vol Chinese tekentjes stap ik de eerste de beste Chinese kruidenier binnen en vraag wat Mai Dong, Shen Xu en Huang Qi, alstublieft. De dame achter de kassa kijkt me vreemd aan en vertelt me dat ik zulke dingen helemaal niet bij haar kan vinden maar dat ik daarvoor naar de Chinese apotheek moet. In Via Messina zijn er twee, krijg ik te horen. Ik heb geen flauw benul waar Via Messina ligt en het gebroken Italiaans van de dame is te kruimelig om mij ook maar iets wijzer te maken dus besluit ik gewoon maar verder te wandelen in de kleurrijke, Chinese straatjes en ergens anders een tweede poging te wagen. Dat blijkt geen slecht idee want binnen het kwartier stuurt een sympathieke tofu-verkoopster mij naar Dokter Wen Wei Hua.

Dokter W. heeft een kruidenwinkel en moet hard lachen wanneer hij mijn Chinese krabbels onder ogen krijgt. Daisy’s teken voor Shen Xu is namelijk niet gewoon het symbool voor de algemeen bekende Gin Sheng wortel, maar voor de baardhaartjes van die wortel. Zo’n gedetailleerd ingrediënt kan Dokter W. mij niet bieden maar volgens hem werkt de cocktail ook prima met gewone Gin Sheng schijfjes. Hij legt mij uit dat ik 10 gram Mai Dong en 20 gram Huang Qi een uur lang zachtjes moet laten koken om er dan aan het eind de Shen Xu aan toe te voegen. Helemaal opgetogen stap ik buiten bij mijn nieuwe Chinese kruidendealer. Morgen brouw ik mijn energetische toverdrankje en begin ik als een echte Speedy Gonzales aan mijn to-do list nummer 4! Be ready, mensen!

woensdag 28 maart 2012

2. Duomo visit for people suffering from church-alzheimer

I can never remember anything related to churches. I have visited so many of them now but there is not even one which I could call to mind. Except for the cathedral of Albi in France maybe. Because it looks more like a spooky fortress than like a church and because its interior is painted in the most crazy colors. But all the others? Sunken one by one in the quicksand of my memory. My church alzheimer goes so far that this morning, while reading the description of the Duomo (item 2 on my Milanese to-do list), it took me more than half an hour to realize that I actually had visited this church once before, one and a half year ago. Sacrilege – I know – because how on earth is it possible for a Milanese to-be to forget about her own Duomo? Well honestly, I have no idea either but reality is what it is and I don’t feel like lying to you. Maybe it’s just a matter of strategy? Maybe this time I should try to concentrate maximum on three details which I really want to remember, instead of trying to absorb this big gothic giant as a whole. Yes, that sounds like a better idea.

Do you see the little red light?
That's where you can find the nail!
I open my handbag for the safety officers at the entrance to verify I’m not a terrorist, after which I enter the holy building. I immediately begin to select the three details I want to take home with me today. One of them will definitely be a nail. That’s because I read this morning that every year around the 14th of September the archbishop of Milan steps into some kind of little baroque basket (I’m sure they have some more reverential term for it but I can’t think of it now) to be pulled 45 meters up to the tabernacle to grab a nail which was used to crucify Jesus. The crooked little thing, which nobody was able to put straight (proof of its true holiness), was carried in 1567 around the whole city of Milan to scare out the Black Death. Reason enough to become part of my Duomo selection I would say.
Finding the second detail which I never want to forget after today, doesn’t take me long either. I’m talking about the statue which made me realize this morning that I actually wasn’t going to visit the Duomo for the first time. The fact that this statue managed to escape from oblivion despite my absolute lack of church related memory capacity, isn’t very surprising when you know what it actually represents. At first sight it looks like a beautiful naked muscular man wearing some kind of long scarf around his neck. This might seem a bit odd given the holy environment we’re standing in until you open your guide book and understand that the man actually represents the flayed Saint Bartholomew and that his scarf is not a scarf but his own skin which he carries on his shoulders! Horrifying enough to earn himself a place in my memory and therefore also in my Duomo top 3. Still one more detail to go and then I can rightly declare my second Milanese task to be fulfilled.

Paolo
I look around in the hope to find a nice third detail to end this visit in beauty when suddenly a guy named Paolo walks up to me and asks if he can help me with a guided tour of the Duomo.  “No thank you,” I say, because I need to fully concentrate on the execution of my to-do list, “but maybe you can tell me what, according to you, can be considered the most breath taking detail of this church”. Paolo reflects for a second and answers then without any doubt: “its façade”. “The front of the Duomo is just stunning and definitely one of the few truly magnificent things Milan has to offer”. Personally I was more looking for a detail of the inside of the Duomo, but at second thought I have to say I think Paolo is right. Because even if this morning I had completely forgotten about the interior of this impressive gothic temple, I clearly remember how the divine beauty of its façade burnt itself forever in my memory from the first second I saw it. At least one church related detail I’m sure I’ll never forget! Maybe I’m not becoming that bad of a Milanese after all...


2. Duomo-bezoek voor kerkalzheimerpatiënten

Ik onthoud nooit iets van kerken. Ik heb er nu al zoveel bezocht maar kan er mij werkelijk geen enkele meer voor de geest halen. Op de kathedraal van Albi in Frankrijk na misschien. Omdat die meer op een onheilspellend fort dan op een kerk lijkt en vanbinnen helemaal beschilderd is met de meest waanzinnige (maar prachtige) kleuren en motieven. Maar al de rest? Helemaal weggezonken in het drijfzand van mijn geheugen. Mijn kerkalzheimer gaat zelfs zo ver dat ik mij vanmorgen bij het lezen van de beschrijving van de Duomo (puntje 2 op mijn Milanese to-do list) pas na een half uur realizeerde dat ik deze kerk eigenlijk anderhalf jaar geleden al eens had bezocht. Heiligschennis - ik weet het - want hoe kan je als Milanese in wording nu je eigen Duomo vergeten? Tja, ik weet het ook niet maar de realiteit is wat ze is en ik ga jullie niet zomaar wat voorliegen. Misschien moet ik het gewoon anders aanpakken. Misschien moet ik mij dit keer proberen concentreren op maximaal drie details die ik wil onthouden in plaats van op het hele kerkgedruis in zijn geheel. Ja, dat lijkt me een beter idee.
Zien jullie het rode lichtje in de nok?
Daar zit de kromme spijker!
Ik open mijn handtas om de veiligheidsagenten aan de ingang gerust te stellen dat ik geen terroriste ben en wandel het heilige bouwwerk binnen. Meteen begin ik al speurend de drie details te selecteren die ik hier vandaag mee naar buiten wil nemen. Eén daarvan, dat weet ik nu al, is een spijker. Ik las vanmorgen namelijk dat de aartsbisschop van Milaan elk jaar rond 14 september in een soort van barokken mandje (er zal wel een eerbiediger woord voor bestaan maar dat schiet me nu even niet te binnen) 45 meter hoog wordt gehesen tot aan het tabernakel om daar een spijker te voorschijn te halen die gebruikt werd bij de kruisiging van Jezus. Het verwrongen ding dat door niemand rechtgeslagen kon worden (wat uiteraard bewijst dat het een heilig relikwie is) werd in 1567 heel Milaan rondgedragen om de Pest te bestrijden. De moeite van het selecteren waard dus zou ik denken.

Ook het tweede detail van de Duomo dat ik na vandaag voor altijd wil onthouden, heb ik snel gevonden. Het gaat hier om het beeld dat mij vanmorgen deed beseffen dat ik eigenlijk helemaal niet voor het eerst de Duomo zou gaan bezoeken. Dat dit beeld ondanks mijn absolute gebrek aan geheugencapaciteit voor kerken en toebehoren toch door de mazen van de vergetelheid kon sluipen, is niet zo verwonderlijk als je beseft wat het eigenlijk voorstelt. Op het eerste gezicht lijkt het een beeld van een mooi gespierde naakte man met een soort van lange sjaal om. Beetje vreemd misschien in dit heilige kader tot je je gids erbij neemt en beseft dat de man eigenlijk de gevilde Sint Bartolomeus voorstelt die zijn eigen huid over de schouders draagt! Gruwelijk genoeg om een plaatsje te verdienen in mijn geheugen en dus ook in mijn Duomo top 3. Nog één detail te gaan en dan kan ik met recht en reden stellen dat ik ook mijn tweede Milanese taak vervuld heb.

Ik kijk zoekend rond naar een mooie afsluiter van dit bezoek wanneer ik plots aangesproken word door Paolo. Of hij mij misschien kan helpen met een rondleiding in de Duomo? Nee, dat kan hij niet want ik moet mij ten volle concentreren op het afwerken van mijn Milanese to-do list, maar misschien kan hij mij wel zeggen wat volgens hem het allermooiste detail van de Duomo is. Paolo denkt even na en zegt dan beslist: "haar façade". "De voorgevel van de Duomo is adembenemend en hoogstwaarschijnlijk één van de prachtigste dingen die Milaan te bieden heeft". Zelf was ik eerder op zoek naar een detail binnenin de Duomo maar al bij al moet ik Paolo gelijk geven. Want vanmorgen was ik dan misschien de binnenkant van deze indrukwekkende gothische tempel vergeten maar haar majestueuze façade is zo goddelijk mooi dat ze zich anderhalf jaar geleden vanaf de eerste seconde voor eeuwig op mijn netvlies heeft gebrand. Toch iets kerkelijks wat ik met zekerheid zal onthouden! Misschien word ik al bij al nog niet zo’n heel slechte Milanese...

dinsdag 27 maart 2012

1. Milan and its half-wooly pig! / Milaan en haar halfwollige zeug!

Step 1: have a capuccino in an old flower shop and understand why Milan is called Milan.
Stap 1: drink een capuccino in een oude bloemenwinkel en kom te weten waarom Milaan eigenlijk Milaan heet.

 

Milan and its half-wooly pig


Okay, guys! Here we go! Today it’s time for the first step towards my new Milanese identity. As you all know, my to-do list has no less than 101 items, but no worries, today we’ll keep things easy. Apparently my guide book tells me that the program of today consists of finding me a place to sit and read its first paragraph. That doesn’t sound very exciting. But what can I do? I promised myself that I could call myself a Milanese only after going through the whole list. And with whole, I mean WHOLE - no exceptions allowed. I can’t start complaining on the first day already, can I? After all, it’s not a dirty job either. To make things a bit more creative, I find myself a seat in a nice little place which used to be a flower shop but has been turned into a coffee bar/restaurant. Surrounded by beautiful flowers, I order myself a cappuccino and concentrate on the first task on my “How to become a Milanese” to-do list.
Apparently the first thing one is supposed to do to be considered a decent citizen of this city is learning why Milan is actually called Milan. The key of the secret lays far back in history in those days when Gallic warriors were still roaming Europe with their strong and fierce kings. One of those kings, Belloveso, one day got the luminous idea of founding a city. Unfortunately however, the poor fellow had no clue on how to choose a good location. He wondered and hesitated and wondered again and in the end he decided that he would just ask the Gods. Happily for him, the Gods of those days were quite cooperative creatures and Belloveso received an answer straight away. Since they were not only cooperative but also inventive, they told him that his city had to be built on the exact place where Belloveso would spot a female pig half covered by white wool. Gratefully, our courageous Gallic started looking for the pig everywhere but since half-wooly pigs were as unexisting in those days as they are today, their search remained without any result. Disappointed, Belloveso abandoned the whole idea until one night, when he was roaming the plains of Europe again, a strange animal run out of the bushes in front of him. Legends are never very original so you know which mysterious creature I’m talking about. Belloveso fell on his knees, blessed the Gods and knew where to found his city. Knowing the Latin word to describe Miss Piggy’s wooly cocktail dress (the Latin for “half woolen” is semilanuta), he didn’t have to look far to come up with a suitable name for his new city.
Now isn’t that interesting? I feel like I have become more Milanese already! But there is still a long way to go. Time for the number 2 on my Milano to-do list…


Milaan en haar halfwollige zeug
Ok, jongens! Hier gaan we dan! Vandaag zet ik de eerste van de 101 stappen die van mij een Milanese moeten maken. We beginnen rustig. Volgens punt 1 van mijn Milanese to-do list moet ik vandaag namelijk alleen maar rustig ergens gaan zitten en de eerste paragraaf van de gids lezen. Klinkt niet erg spannend, maar onaangenaam is het nu ook weer niet dus geen geklaag. Vooral niet omdat ik al meteen een originele locatie voor mijn Milano-start heb gevonden. Ik bevind mij namelijk in een bloemenwinkel die is omgebouwd tot een gezellig koffiebarretje/restaurant. Ik bestel me een cappuccino, ruik aan de bloemen die ook vandaag nog weelderig in de bar aanwezig zijn en concentreer me op mijn missie. Milanese worden...

Dat kan blijkbaar alleen door eerst en vooral te weten te komen waarom Milaan eigenlijk Milaan heet. Inderdaad geen overbodige kennis voor een Milanese to be. Mijn gids neemt me mee terug in de tijd naar een ver en sprookjesachtig verleden waar de stoere Gallische koning Belloveso het in zijn hoofd kreeg om een stad te stichten. Die stad moest de mooiste, de grootste en de meest indrukwekkende van de wereld worden. Maar waar precies de eerste steen gelegd moest worden, dat wist Belloveso niet. Hij piekerde, piekerde, raakte er maar niet uit en besloot tenslotte gewoon de Goden om raad te vragen. De Goden, die in die tijd veel spraakzamer en behulpzamer waren dan dat vandaag het geval is, lieten meteen weten dat Belloveso’s stad gesticht moest worden op de plaats waar de Galliërs een zeug zouden vinden die half bedekt was met witte wol. Iedereen ging dan ook als gek op zoek naar een schaapachtig zwijn maar schaapachtige zwijnen waren in die tijd helaas even onbestaande als vandaag met als gevolg dat het hele constructieplan al vrij snel weer werd opgegeven. Tot Belloveso en de zijnen op een avond op één van hun tochten een vreemd wezen uit het struikgewas zagen springen. Origineel zijn legendes niet en het zal dan ook niemand verwonderen dat het rare creatuur een half met wol bedekte zeug was. Half met wol bedekt, heet in het Latijn “semilanuta” en zo vond Belloveso niet alleen de exacte ligging van zijn stad, maar ook meteen haar naam.

Als dat niet interessant is! Ik voel me op slag een stuk Milaneser! Maar laat ik niet te vroeg victorie kraaien. Nog 100 etappes te gaan. Tijd voor de nummer 2 van mijn Milano to-do list...


dinsdag 20 maart 2012

Becoming a Milanese / Een Milanese in wording

Graduation!

Een Milanese in wording...

Sinds vorige week kan ik mezelf officieel Master in Food Culture and Communications noemen! Na een jaar van studeren, reizen, proeven en mensen ontmoeten uit de verste hoeken van de wereld, ben ik eindelijk de “gastronoom” geworden die ik wilde zijn. Vandaag zijn we maart 2012, een jaar na de maart 2011 waarin dit hele avontuur begon, en weer sluit ik een hoofdstuk van mijn “Nathalie wording” af. Het doel dat ik voorop gesteld had, is verwezenlijkt en daar ben ik heel blij om. Nu is het tijd om op zoek te gaan naar een nieuw avontuur. Een nieuw avontuur, of om iets preciezer te zijn, een nieuwe “wording”. Want ook al is het dan wel eens leuk om gewoon achterover te liggen en al nietsend de tijd te zien passeren, meestal heb ik toch iets meer nodig om volledig gelukkig te zijn. Ik heb het nodig om het gevoel te hebben dat ik ergens naar op weg ben, het gevoel dat ik continu bijleer en dat ik bezig ben een Nathalie te worden die ik voordoen nog niet was. De Nathalie van maart 2011 was geen Master in Food Culture. Degene die jullie vandaag schrijft is dat wel! Maar hoe zit dat met degene uit maart 2013? Wat zal zij meer hebben dan ik nu heb? Of beter... Wat zal zij meer zijn dan ik nu ben? Welke draak zal ze verslagen hebben in de 12 maanden die gevangen liggen tussen de twee “maarten”? Ik vraag het me zuchtend af en kijk uit het raam van het Milanese appartementje waar ik vorige week ben ingetrokken. Verstrooid blader ik in een boek dat ik kocht om mijn nieuwe stad wat beter te leren kennen. En dan zie ik het! Daar staat het! Daar is mijn volgende nieuwe doel, mijn nieuwe “wording”! Volgens het boek zou de beroemde Franse romancier Stendhal gezegd hebben dat je nooit zomaar een Milanees bent, maar dat je een Milanees wordt! Ik kan een Milanese worden! Ik heb een gids met de 101 dingen die je minstens één keer in je leven in Milaan gedaan moet hebben. In 12 maanden tijd kan ik die met gemak allemaal één voor één afwerken. En zo zal ik me in maart 2013 officieel Nathalie Stevens – Master in Food Culture, gastronoom EN Milanese kunnen noemen! Oke, nieuwe Nathalie in wording! Ik ben onderweg...

Becoming a Milanese...

From last week on, I can call myself officially a Master in Food Culture and Communications! After a year of studying, travelling, tasting and meeting people from all over the world, I finally became the “gastronome” I wanted to be. Today we are March 2012, one year after the March 2011 in which this whole adventure began, and another chapter of my “becoming Nathalie” is closed. The goal I set has been reached, I’m very proud and happy about it and now I feel like heading for new adventures. But most of all, I feel like heading for a new “becoming”. Because even if it’s nice once in a while to just lay back and enjoy the time passing by, mostly I need something more to feel completely happy. I need to feel that I’m going somewhere, that I’m learning something and that I’m becoming a Nathalie I wasn’t before. The Nathalie of March 2011 wasn’t a Master in Food Culture. The one who is writing you today is! But what about the one we’ll meet in March 2013? What does she have more than I have now? Or better… What is she more than I am now? What dragon will she have conquered in the 12 month period lying between the two “Marches”? I wonder and look out of the window of the Milanese apartment I started living in one week ago. I distractedly browse a book I bought to get to know my new city better. And then I find it! There it is. There is my new goal, my new “becoming”! According to the book, the famous French novelist Stendhal would have said that one never is a Milanese, but that one becomes one! I can become a Milanese! I have a guide with the 101 things one should do at least once in a lifetime in Milan. In 12 months time, I can easily do them all and then, in March 2013, I could officially call myself, Nathalie Stevens – Master in Food Culture, gastronome AND Milanese! Okay, new “becoming”! I’m on my way…