donderdag 26 april 2012

11. Sex, horror and transvestites in Mexico! We like it!!!!

Frank-N-Furter... Really nice guy. Believe me...

Becoming a Milanese is not always easy. It takes a lot of time and energy. You have to read many books, visit many things, take many pictures and fight a lot with your boyfriend because he thinks you take TOO many pictures (he claims I’m even clicking when I‘m asleep). On top of all this, you also need to process the whole event in some digestible reading material for those at home who have decided to remotely become Milanese by reading your blog. An intensive job but definitely an interesting and a fun one. Sometimes it’s even downright hilarious. Like last Friday for instance. When my guide book brought me to a place I had never heard of before and which I would never have entered if I wouldn’t have been obliged to. First of all because I don’t like rock. Secondly because I don’t like horror. And last but not least because I really don’t like shows. Yet, last Friday at 10 p.m. you could find me on the first row of a spectacle of which I can tell you now already that it will end up in my top 3 of most enjoyable Milano experiences. I’m talking, Ladies and Gentlemen, about the Rocky Horror Picture Show!!!!!!
Oh my God... It's official. I really have to stop drinking...
I start seeing everything twice!
For those of you who are as ignorant as I am, I will briefly explain the history and the principle. The Rocky Horror Show is a cult movie from 1975. The movie is some kind of parody of the B-movie, horror-movie, science fiction-movie genre which was so successful from the 40’s till the 70’s. In the beginning nobody payed much attention to the movie but this all changed when fans started to turn up Friday after Friday dressed as the movie characters themselves. These crazy fans decided to start playing the movie while the movie was playing! Let me explain myself. If you see the bisexual transvestite Frank-N-Furter with his creepy servants Magenta and Riff Raff on the movie screen, you will also see them standing on the stage of the movie theater itself, playing exactly the same scene. 

Throwing rice at the newlyweds!
In the beginning this can create some confusion. Personally I had the feeling I had been drinking too much and saw everything twice. But this strange situation it’s not only highly original; it also creates an atmosphere in the theater which is just indescribable. Also because the public is equally supposed to become part of the movie spectacle. This means that if Janet is hiding from the rain under a newspaper, people sitting in the theater are hiding under newspapers as well. When people in the movie throw rice at a couple of newlyweds, people in the theater do exactly the same and throw real rice to the stage. I know. It might all sound a bit ridiculous but I can assure you that it’s not ridiculous anymore from the moment you sit in that theater. Because the completely crazy Rocky Horror Show transforms even the most rigid and stiff person in a singing, dancing and interactive participant of this most wonderful spectacle.

The Rocky Horror Pictures Show in the Mexico Movie Theater... Not just a must for people like me who want to become a Milanese, but simply a must for everyone!

PS: those of you who decide to sit in front of the theater on the left better make sure to wear waterproof clothes or bring a good umbrella. Our friends didn’t and became soaking wet during the first big thunderstorm scene at the beginning of the movie! Be prepared!

11. Sex, horror en travestieten in Mexico! We like it!

Sympathieke kerel, Frank-N-Furter!
Een Milanese worden is niet altijd gemakkelijk. Het kost veel tijd en veel energie. Je moet veel boeken lezen, veel dingen bezoeken, veel foto’s nemen, veel ruzie maken met je lief omdat je teveel foto’s neemt (hij beweert dat ik zelfs in mijn slaap nog lig te klikken) en heel dat gebeuren dan nog eens verwerken tot aangenaam leesvoer voor wie thuis een beetje mee Milanees wil worden. Maar leuk en interessant is het wel. Op sommige dagen is het zelfs ronduit grandioos. Zoals vorige vrijdag bijvoorbeeld. Toen mijn gids me op een plek bracht waar ik nog nooit van had gehoord en waar ik anders nooit zou zijn binnen gestapt. Ik hou namelijk niet van rock. Niet van horror. En al helemaal niet van show. En toch zat ik vrijdagavond om 22u op de eerste rij van een spectakel waarvan ik nu al kan zeggen dat het ongetwijfeld in mijn top drie van leukste Milano-activiteiten komt te staan... De Rocky Horror Picture Show!!!!!

Help! Ik zie dubbel!
Voor wie even onwetend is als ik, leg ik even de geschiedenis en het principe uit. De Rocky Horror Show is een cultfilm uit 1975. De film is een soort parodie op het genre B-film, horrorfilm en science fiction film en transformeerde zich al gauw in een interactief spectakel toen een vaste schare fans elke vrijdag opnieuw naar de film kwam kijken verkleed als de personages uit de film. Die fans besloten de film gewoon life mee te spelen met als gevolg dat je niet één keer maar twee keer naar hetzelfde verhaal kijkt op hetzelfde moment! Ik leg het iets beter uit. Als je op het filmscherm de bisexuele travestiet Frank-N-Furter ziet met zijn griezelige bedienden Magenta en Riff Raff, dan staan die personages tegelijk ook in de zaal en spelen exact dezelfde scène. Dit geeft je in het begin een beetje het gevoel dat je wat veel gedronken hebt maar creëert een sfeer die gewoon niet te evenaren is.
Rijst gooien naar het trouwende koppel!
Ook al omdat van het publiek verwacht wordt dat het eveneens volledig deel wordt van het spectakel. Als Janet schuilt onder een krant voor de regen, zit iedereen in de zaal verscholen onder een stuk krant. Als mensen op het scherm rijst gooien naar een getrouwd koppel dat de kerk uitkomt, gooi jij als kijker rijst naar het scherm. Ik weet het. Dit klinkt waarschijnlijk oerbelachelijk maar ik verzeker jullie dat het dat niet meer is van zodra je in de zaal zit. Dan verandert de compleet geschifte Rocky Horror Show zelfs de meest stijve hark in een zingende, dansende, interactieve deelnemer van dit wonderbaarlijke spectakel.
De Rocky Horror Pictures Show in cinema Mexico. Niet alleen een must voor wie zoals ik Milanese wil worden, maar gewoon een must tout court!

PS: wie links vooraan gaat zitten zorgt wel best voor waterdichte kleding of een degelijke paraplu. Onze vrienden deden dit niet en kwamen doorweekt uit de grote onweersscène aan het begin van de film!

maandag 23 april 2012

10. The scraper who got the archbishop of Milan furious...

There he is! Almost next to Central Station, at the exact spot where a certain Mister Pirelli in 1872 built his first little tire factory… I’m talking about the Pirellone. A 127,10 meters high building which used to be the highest skyscraper in the world (until the 60’s)! Bringing a tribute to this immense building is apparently one of the 101 activities which a Milanese should have done at least once in his life, so here we go. I’m not expecting too much of this little excursion because grey skyscrapers never really made me go wild. And this one doesn’t even allow you to enter and have a look from the roof, so I’m afraid this task on my to-do list doesn’t promise much fun.

I walk to the Piazzale Duca d’Aosta, spot the big, grey monster and start reading the explanations in my guide book. After a couple of minutes, the corners of my mouth start curling into a big smile and I have to say that I actually begin to like this Pirellian colossus which previously seemed so boring to me. That’s because I learn that this huge tower provoked the archbishop of Milan by having the nerve of being higher than her divine highness, the Madonnina! This golden statue of the holy virgin looks down on Milan from the highest point of the city, which is the top of the Duomo. And now this metaphysical giant, creature of an architect who declares to have found inspiration in De Chirico, would look down on the highest Lady of Milan?

“I don’t think so”, said archbishop Montini and adjusting his miter, he started preparing himself for war by writing a courteous but inexorable ultimatum letter. Either three floors of the skyscraper were going to be thrown down, either the brand new pride of Milan was going to be coronated with… a statue of la Madonnina! Given the fact that the builders of the Pirellone were peace loving people, it didn’t take them very long to take the right decision. And so it is that the long, linear Pirelli is wearing a little golden lady on his head. Not that the divine patron lady brought him much luck though. In 2002 a small sport aircraft crashed against the skyscraper causing the death of three people. And yet there are still people who dare to ask me why I never pray Hail Mary’s…

10. De krabber die de aartsbisschop van Milaan razend kreeg...

Daar staat hij dan, vlakbij het Centraal Station van Milaan op de plaats waar ooit in 1872 een zekere Meneer Pirelli zijn eerste bandenfabriekje opstartte. 127,10 meter hoog is de Pirellone en tot de jaren ’60 was hij zelfs de hoogste wolkenkrabber ter wereld. Hulde brengen aan dit immense bouwwerk behoort blijkbaar tot één van de 101 activiteiten die een Milanees minstens één keer in zijn leven moet gedaan hebben, dus daar gaan we dan. Veel verwacht ik niet van dit uitstapje want grijze wolkenkrabbers hebben mijn hart nooit echt sneller doen slaan. Je kan er dan nog niet eens opklimmen ook dus veel pret lijkt dit puntje op mijn to-do list niet te beloven.
Ik wandel naar Piazzale Duca d’Aosta, spot het grijze monster en begin een beetje verveeld de bijhorende uitleg in mijn gids te lezen. Al vrij snel krullen mijn mondhoeken zich in een glimlach en begin ik het Pirelliaanse gevaarte al wat sympathieker te vinden. Blijkt namelijk dat deze Lange Wapper de aartsbisschop van Milaan indertijd flink heeft uitgedaagd door hoger te durven zijn dan hare goddelijke hoogheid, de Madonnina! Dit gouden beeldje van de heilige maagd kijkt namelijk neer op Milaan vanaf het hoogste punt van de stad: de top van de Duomo. En nu zou deze metafysische reus, creatuur van een architect die zich naar eigen zeggen liet inspireren door de kunst van De Chirico, neerkijken op de hoogste dame van Milaan?
“Ik dacht het niet”, zei aartsbisschop Montini, en hij zette zijn mijter recht om meteen de nodige maatregelen te treffen. Die kwamen er in de vorm van een vriendelijk doch onverbiddelijk ultimatum: Of men haalde de bovenste drie verdiepingen van de wolkenkrabber, of de kersverse trots van Milaan werd bekroond met... een beeldje van de Madonnina! Daar moest niet lang over worden nagedacht en zo komt het dat de lineaire Pirelli een gouden Maria beeldje op zijn dak kreeg. Veel geluk bracht de vergulde beschermster de toren wel niet want in 2002 werd hij getroffen door een klein sportvliegtuigje met drie doden tot gevolg. En dan durven er nog mensen mij vragen waarom ik nooit Wees Gegroetjes bid!

vrijdag 20 april 2012

9. Who murdered the chair at the Salone del Mobile???

How killed this poor, innocent chair?

Some creepy designers at the Salone. I wouldn't look too far for the Chair-Killer!

Or do we have to look for a veiled suspect?
This week Milan organizes the Salone del Mobile. This means that the city turns into the biggest design center in the world and welcomes a colourful, international crowd of visitors. According to my guide book, I won’t be able to call myself a Milanese without having plunged into the excentric party event. So there I jump on a tram in direction of the Tortona district where one can find the beating heart of the Fuorisalone. Yes, indeed, the FUORIsalone (which means the outside fair) because that’s where the nicest events are happening. So not in the normal Salone (or the inside fair if you want) which has an expensive entrance ticket and addresses itself more to professional visitors, but everywhere else in Milan (especially at Tortona and Brera). Since this is my first time, I don’t really know what to expect but everyone around me is in a state of utter excitement, so I suppose this stuff will be good. And so it is! For those of you who like an evening full of surprises, this week Milan is the place to be!

Read and look at all the strange things I found on my way in only a couple of hours: a round matryoshka from the south of Italy who has decided to conquer the world dressed as a table lamp; a cook who is stirring a giant pot of polenta in the middle of the street; artist Flavio Lucchini exposing a number of works of art which represent a mixture of fashion and burkas and make you think about the power of clothing; a room full of people getting “rained” by big, dry drops of water; green aliens which roll playfully over a wooden kitchen in the form of a Swiss mountain knife; a poor chair who has committed suicide for some obscure reason (or was it murder?) and last but not least, the most distasteful knife holder I have ever seen in my life (it won’t become LESS feng shui than this, believe me).

So do I think that the Salone del Mobile is worth the price of the airplane ticket? Yes, I certainly do. But if you want to come and participate in the design madness yourself, you better start organizing now. Because a lot of hotels are fully booked already one year before the next Salone. Of course, people with a backpack are always welcome to rent my bath tub!

I interviewed the round matryoshka but she had an alibi.

The green aliens didn't speak Dutch, French, English or Italian. So they're still on my list of suspects.

Just like the Polenta cook who left his Polenta pot for half an hour around the time of the murder...

Crazy people enjoying fake rain when there is plenty of real stuff outside, should also be put on the list...

9. Wie vermoordde de stoel op het Salone del Mobile???

La Sciura Fedora verovert de wereld in allerlei vormpjes en formaten!

Flavio Lucchini. Mode, onschuldig?
Je kan geen knipmeskeuken bekijken of er beginnen groene marsmannetjes over te rollen...
Deze week wordt in Milaan het Salone del Mobile georganizeerd. Dat betekent dat de stad zich omtovert in het grootste designcentrum ter wereld en overspoeld wordt door een kleurrijk, internationaal volkje bezoekers. Volgens mijn gids kan ik mezelf geen Milanese noemen zonder me volledig ondergedompeld te hebben in dit excentrieke feestgebeuren en dus spring ik de tram op richting zona Tortona waar zich het kloppende hart bevindt van het Fuorisalone. Jaja, ik zeg het Fuorisalone (het Buitensalon dus) want de leukste bezienswaardigheden vind je niet in het Salone zelf – dat meer op professionelen gericht is – maar wel gewoon verspreid in de stad. Zelf weet ik niet goed wat ik me hierbij moet voorstellen maar iedereen is in opperste staat van opwinding dus het zal wel de moeite zijn. Inderdaad. Wie houdt van een bewogen avondje vol onverwachte gebeurtenissen, zit deze week in Milaan perfect op zijn plaats.
Lees (en bekijk) maar eens wat ik op een paar uur tijd allemaal tegen kwam: een ronde Matroesjka uit Zuid-Italië die als lamp verkleed beslist heeft de wereld te veroveren; een kok die in het midden van de straat in een reuzepot polenta staat te roeren; kunstenaar Flavio Lucchini die een hele reeks werken toont rond mode en burka’s om mensen te doen nadenken over de macht van een kledingstuk; een zaal mensen die beregend worden met reusachtige, droge waterdruppels; groene marsmannetjes die vrolijk over een keuken in de vorm van een Zwitsers knipmes rollen; een arme stoel die om één of andere reden zelfmoord pleegde (of was het moord?) en tot slot ongeveer de meest wansmakelijke messenhouder die ik ooit gezien heb (minder feng shui dan dit vind je echt niet, believe me).
Of het Salone del Mobile de moeite van het vliegtuigticketje waard is? Ik zou zeker zeggen van wel. Maar wie zelf eens van de design-gekte wil komen proeven, begint zich wel best nu al voor te bereiden. Hotels zitten namelijk vaak al een jaar van te voren volgeboekt. Mensen met een slaapzak kunnen wel steeds voor een vriendenprijsje in mijn badkuip terecht.

Beregend worden door tientallen projectieschermen. Of het buiten al niet erg genoeg was!

Gelukkig kan je je nadien verwarmen met een heerlijke portie polenta.

Hij zag het niet meer zitten...
En dit zie IK echt wel niet zitten! Jak!

donderdag 19 april 2012

8. How I discovered myself as a new born Taoist at the Tombon di San Marco!

Can you imagine I didn't even notice I was eating in front of an old canal?

A couple of months ago – before I knew that I wanted to become a Milanese – I was quite busy becoming a Taoist. I had figured out that life was a bit too hectic and stressful for me and therefore I was looking for a successful “escape-from-stress-strategy”. I found a book, written by a certain Theo Fischer, with the promising title “The art of doing nothing” and started reading. Fischer explained that a Taoist lives purely in the present, without desires, worries or stress. A Taoist goes with the flow of life and never shows any resistance. He pays full concentration to whatever he is doing and doesn’t expect anything from life which is precisely why he gets so much back from it. Those who wanted to adopt this philosophy of living themselves, had to learn first of all to observe their own everyday life with hundred percent, undivided attention. This sounds easy but actually it’s extremely difficult. You’ll understand what I mean by trying to answer some of Fischer’s questions. “How did the girl at the cash register at the supermarket looked like yesterday? What’s the colour of her eyes? Was she wearing any jewelry or nothing at all?” Most of the time, we just run through life and absorb almost nothing of what is really happening around us. Trying to change this, isn’t a piece of cake. Believe me, I tried to do so for weeks without any result.
Until I decided to become a Milanese. Now, I walk through streets of Milan which I have walked a thousand times before and suddenly I discover the most odd and impressive details I have never noticed before. Like an old canal lock for instance! At 500 meters from my door step and with a little terrace in front of it where I even have eaten a tasty salad some months ago! The thing is called Il Tombon di San Marco and lies in some kind of ditch without a drop of water. I look at the lock’s big wooden doors and wonder how on earth it’s possible that I have been eating here without seeing this giant curious thing! Fischer is right. Most people really are zombies. Ex-zombie Stevens can confirm this! Luckily, I have a Milanese To-Do list which can only be executed while keeping your eyes as widely open as the doors of the Tombon. And not only your eyes! Your imagination as well! Because how would I otherwise be able to fulfill my 8th Milano task and travel back in time to see how this city used to look like a little Venice? With lots of canals and lockkeepers who regulated the water level of the city by handling the doors of the Tombon? Two months ago, I declared to anyone who was willing to listen that Milan was about the most boring city of Italy and that there was absolutely nothing to see. Now that I finally managed to get my eyes open and started observing attentively like Fischer had asked me to, I actually discover one treasury after another. Makes you think, doesn’t it? Sometimes in life you can only reach destination A by walking determinedly to destination B. And sometimes you can only become a Taoist after giving up on this idea and decide you’d rather become a Milanese.

8. Lessen in Taoisme aan de Tombon di San Marco...

Kan je nu geloven dat ik niet eens doorhad dat ik aan een kanaal met een sluis aan het eten was?
Een paar maanden geleden – voor ik wist dat ik een Milanese wilde worden – was ik druk bezig een Taoist te worden. Ik vond het leven namelijk toch wel wat te jachtig en stresserend en dus was ik op zoek naar een geschikte stressontduikstrategie. Ik vond een boek van een zekere Theo Fischer met als veelbelovende titel “De kunst van het nietsdoen” en begon te lezen. Fischer legde uit dat een Taoist elke dag zuiver in het nu leeft, zonder verlangens, zorgen of stress. Een Taoist vloeit rustig mee met de stroom van het leven en biedt geen weerstand. Hij is honderd procent aandachtig bij alles wat hij doet, verwacht niks van het leven en krijgt precies daardoor heel veel terug. Wie deze levensfilosofie ook in praktijk wilde brengen, moest eerst en vooral leren om het leven van elke dag met volle aandacht te observeren. Dat klinkt gemakkelijk maar is eigelijk aartsmoeilijk. Antwoord maar eens op Fischer’s vraag hoe het meisje aan de kassa van de supermarkt er gisteren uitzag. Welke kleur van ogen ze had en of ze juwelen droeg of niet. We rennen meestal door het leven en nemen haast niks op van wat er rond ons gebeurt of te zien is. En dit proberen veranderen, loopt niet van een leien dakje. Geloof me, ik heb het weken lang vruchteloos geprobeerd.
Tot ik Milanese besloot te worden. Nu loop ik door straten van Milaan die ik al duizend keer platgelopen heb en zie plots de meest vreemde en indrukwekkende details die me vroeger nooit waren opgevallen. Zoals een oude sluis bijvoorbeeld! Op 500 meter van mijn deur en met een terrasje voor waar ik een paar maanden geleden nog een slaatje heb gegeten! Il Tombon di San Marco, heet het geval. En het ligt in een soort van greppel waar geen druppel water in te bespeuren valt! Ik kijk naar de grote, houten deuren van de sluis die wijd open staan en vraag me af hoe het in godsnaam mogelijk is dat ik hier ooit naast heb kunnen kijken. Fischer heeft gelijk. De meeste mensen zijn zombies. Ex-zombie Stevens getuigt! Gelukkig heb ik een Milanese To-Do list die enkel afgelegd kan worden als je je ogen even wijd open houdt als de deuren van de Tombon. En niet alleen je ogen! Ook je fantasie en inlevingsvermogen. Want hoe kan ik me anders als 8ste Milano taak inbeelden dat deze stad er vroeger uitzag als een klein Venetië? Met talloze kanalen en sluiswachters die het waterniveau onder controle hielden door met de deuren van de Tombon te spelen? Twee maanden geleden verkondigde ik nog aan iedereen die het horen wilde dat Milaan zowat de saaiste stad van Italië was en dat er niks te zien viel. Nu ik eindelijk mijn ogen heb open gekregen en aandachtig begin te observeren zoals Fischer me gevraagd had, ontdek ik de ene schat na de andere. Zo zie je maar. Soms raak je in het leven pas op bestemming A door vastbesloten naar bestemming B te wandelen. En word je pas Taoist nadat je dit plan opgeeft en besluit liever Milanese te worden.

donderdag 12 april 2012

7. Date with an old, unknown friend in La Scala…

La Scala. Nothing special, right?
I don’t know what you think about La Scala, but personally, I can’t help but feel disappointed every time I see it. I mean… aren’t opera buildings supposed to look enormously imposing and impressive and baroque? Take the opera building of a small city like Antwerp for example. Difficult to ignore that one. Or its cousin in Brussels. At least as present. But La Scala? A huge disappointment, I tell you. Some tiny arched gallery and a roof, nothing more to say about it. And yet people everywhere in the world start screaming wooooow and waaaaaaaaw from the moment you even only pronounce its name. I suppose it must have something to do with the inside. The inside of La Scala has to be immensely spectacular to have earned the place such a prestigious reputation. Today I’m going to check if my hypothesis is right and I will do so without paying an expensive entrance ticket. At least, if the seventh point on my Milanese to-do list isn’t too optimistic.
So how is this supposed to work? It’s very simple. You just pay a visit to the La Scala museum. This museum is directly linked to the opera building itself and allows you to see the place where the fancy opera lovers go and drink their glass of champagne during the break. On top, you are able to have a look at the inside of the opera house from the little balconies where people actually sit during the opera. So let’s check it out. Filled with the highest expectations, I step on one of the balconies and see… nothing! Or at least very little. Apparently, I arrived in the middle of the rehearsals of a ballet performance with music of Vasco Rossi. Pinching my eyes, I try to make something out of the dark contours, but it’s all quite in vain. According to my guide, the La Scala interior is completely covered with elegant red velvet and visitors are dazzled by the most beautiful crystal chandeliers and a giant stage. This giant stage is more or less the only thing I can clearly distinguish but unfortunately it’s empty! I arrived two minutes too late and the dancers just went out for lunch break.

I shrug my shoulders and decide to go for a visit of the rest of the museum. I find the personal piano of Franz Liszt, an expensive crystal flute and then I hear the name of an old and dear friend of mine, even if I never saw her face. Malibran. Millions of times, I have walked through the Rue Malibran in Brussels knowing only that Malibran was a famous opera singer who had been living in a charming villa on a little square close by. Now, I find myself suddenly eye to eye with this ardent, Spanish lady to whom the museum has dedicated a whole room. I look at the busts and paintings of this opera legend and eavesdrop on a lady who is telling a group of students the story of Malibran’s tragic life. Apparently, the genius singer used to be a true rebel and insisted on steering the horses of her own coach (quite a scandalous thing to do in those days). One day - Malibran was only 28 years old - a pig escaped and ended up in between the legs of Malibran’s horses causing her to be catapulted in the air, straight in the arms of Death. I look into the dark eyes of this free spirited lady and all of a sudden I don’t feel disappointed anymore. Because even if I continue to ignore what the interior of La Scala looks like, thanks to this visit, my old unknown lady friend of the Rue Malibran finally has a face...

Finally, I know what my old friend looks like...

7. Afspraak met een oude onbekende in La Scala...

La Scala. Toch niets speciaals he?
Ik weet niet wat jullie van La Scala denken maar elke keer ik voorbij dit wereldberoemde operagebouw loop voel ik een steek van teleurstelling. Ik bedoel maar... horen operagebouwen er niet enorm imposant en indrukwekkend en barok uit te zien? Het operagebouw van Antwerpen bijvoorbeeld. Daar kan je moeilijk naast kijken. Dat van Brussel... al even present. Maar La Scala? Ik vind er niks aan. Een bogengallerijtje met een dak op, meer kan ik er niet van zeggen. En toch roept de halve wereld oeh en aah als je haar naam nog maar uitspreekt. Het kan volgens mij dan ook alleen maar aan haar binnenkant liggen. Die moet werkelijk immens spectaculair zijn om zo’n prestigieuze reputatie in ere te houden. Dat gaan we vandaag dan maar eens checken. En wel zonder een peperduur ticket te betalen. Tenminste, als het zevende puntje van mijn Milanese to-do list niet te optimistisch is.
Hoe dat dan in zijn werk gaat? Heel simpel. Je brengt gewoon een bezoekje aan het museum dat bij La Scala hoort. Dat museum is rechtstreeks verbonden met de opera zelf en je kan dus zien waar de chique operabezoekers in de pauze hun glaasje champagne drinken en wat zij eigenlijk zien vanop hun exclusieve balkonnetjes. Even kijken dus. Vol grootse verwachtingen stap ik zo’n balkonnetje op en zie... niks! Of toch heel weinig. Blijkt namelijk dat er net repetities bezig zijn voor een balletvoorstelling met muziek van Vasco Rossi. Beteuterd knijp ik mijn ogen tot spleetjes en probeer me toch iets voor te stellen bij de duistere contouren van de zaal. Die is volgens mijn gids helemaal met rood fluweel bedekt. Met een prachtige kristallen kroonluchter en een reusachtig podium dat bezoekers uit de hele wereld met verstomming doet staan. Dat reusachtige podium is zowat het enige wat ik min of meer duidelijk zie. Helaas is het leeg! Ik ben er natuurlijk weer in geslaagd twee minuten te laat en dus midden in de lunchpauze aan te komen.

Ik haal mijn schouders op en doe dan maar een rondje in de rest van het museum. Ik bekijk de piano van Franz Liszt, bewonder een dure kristallen dwarsfluit, en hoor dan plots de naam van een bekende onbekende. Malibran. Jarenlang heb ik in Brussel door de Rue Malibran gewandeld enkel wetende dat Malibran een bekende operazangeres was die wat verder op een pleintje in een prachtige villa had gewoond. Nu sta ik plots oog in oog met de vurige Spaanse dame aan wie men hier bijna een volledige zaal heeft gewijd. Ik bekijk de bustes en schilderijen van de opera legende en luister een dame af die een groep scholieren vertelt over Malibran’s tragische levensverhaal. Hoe ze als 28 jarige halve jongen per se zelf de paarden van haar koets wilde mennen (een groot schandaal in die tijd). En hoe een ontsnapt varken tussen de paarden terecht kwam en Malibran door de lucht gekatapulteerd werd, helaas recht de armen van de Dood in. Ik kijk in de donkere ogen van deze vrijgevochten dame en voel me plots niet meer zo teleurgesteld. Ik mag dan nog steeds niet weten hoe de binnenkant van La Scala eruit ziet, maar dankzij dit bezoekje heeft mijn oude, onbekende vriendin uit de Rue Malibran nu wel eindelijk een gezicht gekregen...

Malibran. Eindelijk heeft mijn oude vriendin een gezicht gekregen.

dinsdag 10 april 2012

6. Fritters with a bodyguard!

Panzerotti-lovers lining up in front of Luini's...
Countless people standing patiently (or not so patiently) in endless lines waiting for their turn... Bodyguards in dark suits walking in between the waiting crowd to check if everyone is behaving the way they should… Ladies with green shirts waving hysterically and screaming “no picture! no picture!” when I finally arrive where I wanted to and hand for my camera…  Is there anyone of you who knows where the sixth task on my Milanese to-do list has brought me today?

No, we are not in Via Monte Napoleone at Prada’s or Gucci’s or Yves Saint Laurent’s. I’m not in front of some marble temple with ancient and unique pieces of art either. I’m just standing in a dark, little street at 500 meters of the Duomo in front of a rather ordinary looking snack bar. The place doesn’t seem to offer anything special and if it weren’t for all these people trooping together, you wouldn’t even notice the place was there. I’m standing in front of Luini’s. Luini’s sells a kind of warm, crescent-shaped bun known by every Milanese even if the bun doesn’t have anything to do with Milan.

I’m talking about the panzerotto. A typical snack from the south of Italy which came all along with Giuseppina Luini in 1949 to the cooler north. If you haven’t got the faintest idea of what I’m talking about, just picture a small, double folded fried pizza made out of fritter dough. Sounds kind of greasy, doesn’t it? That’s because it actually is greasy. But despite my love of light food and the bad mood I’m in (these nasty bodyguards and unfriendly sales ladies really got on my nerves), I have to admit that this panzerotto tastes like more. And despite of all my good (that means boycotting) intentions, I feel like going back to the hostile battle field again already to buy me a second one! But this time I want my picture! They can yell at me, threaten me, they can even send their bodyguards to beat me up, but this girl isn’t going anywhere without her picture! After all, I also have a shop to defend! Even if it’s only a blog and even if I’m kind of not selling anything…

I did it! I have my picture. Now it's time to run as the lady is pushing the alarm button
under the counter already and her colleague in the back is pointing me out to the bodyguards!

6. Beignets met bodyguard!

Aanschuiven!!!!!!!!! En geen ruzie zoeken met de bodyguard...

Mensen die in meterslange rijen geduldig (of minder geduldig) hun beurt afwachten... Bodyguards in donkere pakken die tussen de wachtenden door lopen om te checken of iedereen zich wel gedraagt zoals het hoort... Dames in het groen die wild met hun armen beginnen zwaaien en half hysterisch “no photo! no photo!” krijsen als ik eindelijk bij mijn doel aangekomen mijn camera boven haal... Iemand al een idee waar het zesde puntje van mijn Milanese to-do list me vandaag heeft heengebracht?

Nee, we zitten niet in Via Monte Napoleone bij Prada of Gucci of Yves Saint Laurent. Ik sta ook niet voor één of andere marmeren tempel met eeuwenoude, uiterst unieke kunstwerken. Ik sta gewoon in een smal en donker straatje op 500 meter van de Duomo voor een vrij sjofel uitziende snackbar. Een plaats waar je zonder de massa mensen voor de deur zo voorbijgewandeld zou zijn en die op het eerste zicht niet echt iets speciaals te bieden heeft. Ik sta voor Luini. Luini waar je voor 2,5 euro een warme, halve-maan-vormige lekkernij in handen gestopt krijgt die elke Milanees kent maar die toch niks met Milaan te maken heeft.

Ik heb het over de panzerotto. Een typische snack uit het zuiden van Italië die samen met Giuseppina Luini in 1949 naar het frissere noorden verhuisde. Wie geen idee heeft waar ik het over heb, denkt maar aan een kleine, dubbel gevouwen, gefrituurde pizza in een soort van beignet-deeg. Klinkt vet en dat is het ook, maar ondanks mijn voorliefde voor lichte kost en mijn slechte humeur (ik krijg het behoorlijk op mijn zenuwen van zure bodyguards en onsympathieke verkoopsters), moet ik toegeven dat deze panzerotto naar meer smaakt. En dat ik ondanks alle goede voornemens toch geneigd ben om het vijandige oorlogsgebied nogmaals te betreden om dit keer een zoete variant te verschalken. MET verboden foto! Of ze nu naar me zwaaien of krijsen of bodyguards op me afsturen of niet. Ik heb tenslotte ook een (blog)winkel te verdedigen!

Ik heb de foto... maar de Madam zit duidelijk al op het alarmknopje onder de toonbank te duwen en haar achterste collega zit mij al aan te wijzen en de bewaking op mij af te sturen. Snel naar buiten!

woensdag 4 april 2012

Tough job!

My dear friend Doug just asked me how long it took me to pray 500 paternosters. The answer is: “waaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaay less than the time it took me to put 101 little stickers on a map of Milan to indicate each step on my to-do list!”. Man, becoming a Milanese is a tough job!
To my sweet two and a half year old cousin: “You see, Faerinya? Aunty Nathalie likes to play with little stickers just like you!”

Zwaar werk!

Mijn goede vriend Doug vroeg me net hoe lang ik erover gedaan had om 500 Onze Vaders te bidden. Het antwoord was: “hééééééééééééél wat minder lang dan de tijd die ik nodig had om 101 stickertjes op een kaart van Milaan te plakken om een idee te krijgen waar mijn to-do list me allemaal naartoe zou brengen!”. Man, man, man. Milanese worden is harder werken dan ik dacht!
Aan mijn lief twee en een half jaar oude nichtje: “Zie je, Faerinya? Tante Nathalie speelt al net zo graag met stickertjes als jij!”

5. Bargains in hell at San Marco’s!

Find the monster!
Sometimes life is really full of surprises. Let’s take today. I get up at 8 a.m. I take a shower, have breakfast, get dressed and walk freshly out of the door to go and search for the Milanese little brother of the monster of Loch Ness. Three hours later, I arrive back home unharmed and relieved at the joyful thought that I’ll burn 10 000 days less in hell! Now you tell me if that isn’t a cheerful perspective! All thanks to the fifth stage of my Milano trail. I’ll explain myself a bit better. Today I had to visit the church of San Marco to spot two images of a horrifying snake-like monster. One appeared to be on the façade of the elegant little church. Didn’t impress me much I have to say, but still. The other monster had to be found on a painting hanging in the church museum which unfortunately was closed today. Not that I minded much because there are plenty of other interesting things to examine in this church. Moreover I wanted to reserve me some time to imagine how the fourteen year old Mozart came to play the organ here for three months under the select guidance of Giovanni Battista Sammartini. And I also wanted to hide myself for a moment in some secret corner to listen to the Requiem which Verdi directed in 1874 in front of a full San Marco church in remembrance of Alessandro Manzoni (yes, the same from the coffee and chocolate cake on the little square yesterday).

My thoughts drift away under the impressive storm of Verdis Dies Irae when suddenly I see something round lying in a kind of strange, wooden box. I look a bit closer and find myself staring at somebody who stares back at me in a provocative way, stressed even more by the cheerful inscription on the box he’s lying in: “I used to be what you are now”. Scared to death (even if “by the death” would be more precise) I jump backwards and almost hit the pillar which stands behind me. I turn around and see something curious decorating the wall. It’s a golden crucifix accompanied this time by a more optimistic message: “all those who kiss this crucifix and pray a paternoster get a reduction of 200 days in hell”. Now I’m not sure at all that a nice, good girl like me will ever end up in hell, but why would I take the risk? Glancing at the sour look of the unfriendly skull who continues grinning at me, it doesn’t take me long to make up my mind. In less than no time I pray 500 paternosters, cover the crucifix with the same number of kisses and step out of San Marco happy and relieved. Who knows how many sweet sins I can afford myself now thanks to these 10 000 days of hell reduction!
And pray and kiss and pray and kiss and pray...

5. Solden in de hel bij San Marco!

Zoek het monster!
Soms zit het leven toch echt vol verrassingen. Neem nu vandaag. Ik sta op om 8 uur. Ik douch, ontbijt, kleed me aan en ga vervolgens helemaal fris op pad om het Milanese broertje van het monster van Loch Ness te zoeken. Drie uur later sta ik ongedeerd en opgelucht weer thuis in de blije wetenschap dat ik 10 000 dagen minder zal branden in de hel! Als dat geen prettig vooruitzicht is! Allemaal dankzij de vijfde etappe van mijn Milano parcours. Vandaag moest ik namelijk de kerk van San Marco bezoeken en twee afbeeldingen spotten van een slangachtig gedrocht. Eéntje bleek zich op de façade van het sierlijke kerkje te bevinden. Niet echt superindrukwekkend, maar goed. Het andere monster staat op een schilderij dat in het kerkmuseum hangt dat vandaag helaas gesloten is. Niet erg want er vallen meer dan genoeg andere dingen te bestuderen in de San Marco kerk. Bovendien wil ik ook nog wat tijd uittrekken om me rustig in te beelden hoe de veertienjarige Mozart drie maanden lang in deze kerk orgel kwam spelen onder de kundige leiding van Giovanni Battista Sammartini. En ik wil me nog even met mijn ipod in een hoekje verschansen om te luisteren naar het Requiem dat Verdi hier in 1874 voor een volle kerk dirigeerde ter nagedachtenis van Alessandro Manzoni (ja, die van de koffie en de chocoladetaart op het pleintje van gisteren).

Ik laat me meedrijven op de indrukwekkende klanken van Verdi’s Dies Irae en zie iets verder iets ronds in een bakje liggen. Ik wandel wat dichter bij en staar naar iemand die uitdagend terugstaart onder het vrolijke opschrift “ik was eens wat jij nu bent”. Verschrikt spring ik achteruit en bots bijna tegen de pilaar achter me. Ik draai me om en zie iets aan de muur hangen. Het gaat om een gouden kruisbeeld vergezeld van een iets optimistischere boodschap: “wie dit kruisbeeld kust en een Onze Vader bidt, krijgt 200 dagen vermindering op zijn verblijf in de hel”. Nu is het natuurlijk niet zeker dat een braaf meisje als ik ooit in de hel belandt, maar waarom zou je het risico nemen? Als ik terugdenk aan de zure blik van de schedel die me nog steeds grimmig toelacht, is mijn besluit snel genomen. Ik bid vliegensvlug 500 Onze Vaders, bedek het kruisbeeld met evenveel kussen en stap opgelucht en blij San Marco buiten. Wie weet hoeveel heerlijke zonden ik kan begaan met deze 10 000 dagen vrijstelling van hel!
Onze Vader die in de hemelen zijt - kus - geheiligd zij uw naam - kus...

dinsdag 3 april 2012

4. Secret whispers in the oldest corner of Milan...

It's probably because the mayor forgot to pay the telephone bill, but today the city halls secret telephone system unfortunately doesn't work!
Something secret or exciting or spectacular… that’s what I had to prepare for today in order to execute the fourth task on my Milanese to-do list. That’s because I’ll have to do a phone call at the oldest square of Milan and pass on a memorable message. According to my guide book at least, which sends me back to the Duomo area to discover the medieval city center of Milan. I end up in Via Mercanti where I learn that some 700 years ago this little street used to be a walled square protecting a city hall made of a certain number of arches. The city hall is still there and if you go standing with your face towards the wall in one of its corners you should be able to have a “wireless telephone conversation” with the person who is standing in the opposite corner of the arch just by whispering. Apparently this technique used to serve merchants who secretly agreed on prices during the markets in the hall. Spies as well seem to have benefitted from this ingenious system to communicate the most deadly information in a quick and invisible way.
Since Alessandro and I don’t want to be inferior to our medieval precursors, we have been pondering a whole weekend long about an exciting message to pass on to each other. Today, we are completely ready and head straight to two opposite corners of the city hall. We start whispering and hear... nothing. Maybe we are in the wrong corner and there is only one of them equipped with a well functioning telephone line? Let’s check our guide. Nope, apparently we are exactly where we should be. Talking some louder perhaps? We go for a second try but the opposite corner remains dead silent. Yelling our secret message doesn’t seem an option either since you can hardly consider that a discrete spy job. Some fruitless attempts later, we decide to call it a day and subtract 5 points from our score for Miss Betramis nice Milano guide. We find ourselves a seat on a tiny, little square dedicated to the famous writer Manzoni, not far from the Duomo, and console ourselves with coffee and chocolate cake. “What was your secret message in the end?”, I ask Alessandro after my last bite. My sweetheart looks at me with a disappointed look on his face and answers laconically: “whether you wanted to marry me!” I start laughing and put a kiss on his lips. Not because of the sweet corniness of this question which he had asked me (successfully) already some time before. But because in my own medieval corner, I had happened to whisper exactly the same…

4. Gefluister in de spannendste hoek van Milaan...

Niks werkende telefoonlijn vandaag! Misschien heeft de burgemeester vergeten de telefoonrekening te betalen?
Iets geheims of spannends of spectaculairs, dat moest ik voorbereiden voor het vierde punt van mijn Milanese to-do list. Ik moet straks namelijk een telefoontje plegen op het oudste pleintje van Milaan en een memorabele boodschap doorgeven. Tenminste dat vertelt mijn gids me die me vandaag weer richting Duomo stuurt om het middeleeuwse stadscentrum van Milaan te ontdekken. In Via Mercanti kom ik terecht waar ik lees dat deze straat vroeger (zo rond 1300) helemaal geen straat was maar een klein ommuurd pleintje met in het midden een op rondbogen rustende stadshal. Die stadshal staat er momenteel nog steeds en als je met je gezicht naar de muur in een hoek van de hal gaat staan, kan je draadloos “bellen” met de persoon in de tegenoverstaande hoek door gewoon tegen de muren te fluisteren. Blijkbaar werd deze techniek in de middeleeuwen gebruikt door kooplui om stiekem met elkaar af te spreken welke minimumprijs ze zouden hanteren tijdens de markten in de hal. Ook spionnen zouden van dit geheime communicatiesysteem hebben geprofiteerd om ongezien en bliksemsnel de meest dodelijke informatie aan elkaar door te geven.
Aangezien Alessandro en ik natuurlijk niet willen onderdoen voor onze middeleeuwse voorgangers, hebben we elk een weekend lang lopen piekeren over een spannende boodschap om tegen de muur te fluisteren. Vandaag zijn we er helemaal klaar voor en positioneren ons ieder in een hoek van de stadshal. We beginnen zachtjes te fluisteren en horen... niets. Misschien staan we in de foute hoek en is er maar één met een werkende telefoonlijn? Gids erbij en nog eens checken. Mm, nee, blijkbaar stonden we precies goed. Iets luider praten dan? We doen een tweede poging maar weer blijft het in de overliggende hoek muisstil. Luidkeels geheime informatie beginnen brullen lijkt ons ook nu weer niet de bedoeling want dat kan je moeilijk discreet spionagewerk noemen. Na nog een aantal vruchteloze pogingen halen we onze schouders op en trekken we 5 punten af van de score die we Mevrouw Beltrami hadden gegeven voor het schrijven van onze leuke Milano gids. We trekken naar een pleintje achter de Duomo dat aan de beroemde schrijver Manzoni is gewijd en troosten onszelf met koffie en een stuk chocoladetaart. “Wat was jouw geheime boodschap eigenlijk?”, vraag ik Alessandro na de laatste hap. Mijn lief kijkt me aan met een beteuterd gezicht en antwoordt dan laconiek: “Of je met me wilde trouwen!” Ik schiet in de lach en geef hem ontroerd een kus. Niet omwille van de meligheid van deze vraag die hij me lang geleden al eens (met succes) stelde. Wel omdat ik in mijn eigen middeleeuwse hoek net hetzelfde had gefluisterd...