maandag 27 juni 2011

Tell me it isn't so! (ENGLISH VERSION)

Matthew Fort, the famous culinary critique of The Guardian giving us precious advice on food writing...

“Wrong! Wrong! Wrong! You’re absolutely wrong!” That’s what Matthew Fort, the famous British culinary writer from The Guardian told me this week. Why wrong? Wrong because I invested every minute of the last ten days in some extraordinary complex research to be able to enlighten my readers with the most detailed report ever about Pierre Bourdieus theories on taste. These theories are furiously interesting and I thought I couldn’t drop them on my blog without elaborating them with some in-depth clarifications.
In my boundless ingenuousness I was actually convinced of the fact that my readers were dying to know even the tiniest detail of how this French sociologist substantiated the fact that we’re making a complete fool of ourselves thinking that we possess something like an “own personal” taste. I was about to expound this with a whole list of quotes, historical settings and so on, but now what do I hear? The reader remembers at most one minuscule fact per text! And the reader doesn’t want to be wearied after a long day at work with heavy stuff! And the reader – yes, it’s you I’m talking about, Miss and Mister – wouldn’t even think of starting to read a text which is clearly longer than 850 words! That’s the situation of that reader of ours, according to Matthew Fort.
And here I stand with my dissertation of 527 000 words on taste and sociology. After ten days of the most thorough scrutiny, ten sleepless nights of wrestling with sociology books and even a skipped beer tasting class in order to dissect this knotty material, what do I learn? Nobody gives a damn! Too shocked to capitulate, I try to counter Fort’s depressing message arguing that maybe MY readers shouldn’t be compared to HIS readers, underlining the fact that I am pretty sure that the readership of Nathalie’s Italian Foodblog is undoubtedly more refined and sophisticated then those miserable, uninterested toddler readers of The Guardian he is writing for. But it is of no avail. Fort keeps looking at me with this friendly but determined look full of compassion similar to that of a nurse dealing with patients suffering from dementia: “Of course there are three blue rabbits jumping on top of your bed, Miss Stevens. Will you please swallow these little pills for me now?”
And so there is nothing left for me to do. You will have to react and save your reputation yourselves! Write a long letter to this distinguished British fellow or even better… Jump on a Thalys and go to London to explain him personally what kind of exquisite thoroughbred readers you are. Unless of course – and my heart bleeds at the mere thought of it – you agree with this English top writer and confirm that I can expect so little of you indeed. Think twice though. Because if you really declare yourselves part of the bunch of miscreants that Fort described, you owe me thirteen beers. Emotional compensation for the beer tasting I missed for “wrongly” believing in you, you treacherous readers!

vrijdag 24 juni 2011

Zeg dat het niet waar is!

De illustere Matthew Fort... food writer bij the Financial Times, The Guardian, auteur van een hele resem boeken over eten en enkele jaren geleden jurylid in het populaire kookprogramma op de BBC "The Great British Menu".

“Fout! Fout! Fout! Helemaal fout bezig!” Dat kwam Matthew Fort, de bekende Britse foodwriter van The Guardian en The Financial Times me deze week vertellen. Wat er dan zo mis was? Het feit dat ik de afgelopen tien dagen al mijn tijd heb geïnvesteerd in uiterst complexe research om jullie een zo volledig mogelijk verslag uit te brengen van Pierre Bourdieu’s theorieën over smaak. Die zijn namelijk razend interessant maar ik vond dat ik ze toch niet zomaar zonder enige context of extra uitleg op mijn blog kon plaatsen.
Ik was er in mijn eindeloze naïviteit namelijk van overtuigd dat mijn lezers tot in het kleinste detail zouden willen weten wat deze Franse socioloog bedoelde wanneer hij het had over “habitus” en “cultural intermediaries” en hoe hij staafde dat wij onszelf voor de gek houden wanneer we denken dat iets “onze persoonlijke” smaak is. Ik ging dit dus helemaal met citaten en historische situeringen enzovoort voor jullie uiteen zetten maar wat hoor ik nu? De lezer onthoudt maximum één klein feitje per gelezen tekst! En de lezer wil na een lange werkdag niet teveel vermoeid worden met zware kost! En de lezer – ja, U daar, Meneer en Mevrouw – denkt er zelfs niet over om nog maar te beginnen lezen aan een tekst die duidelijk langer is dan 800 woorden! Zo zit dat met die lezer van tegenwoordig volgens Matthew Fort.
En daar sta ik dan met mijn 527 000 woorden lange dissertatie over smaak en sociologie. Tien dagen van uiterst diepgaand onderzoek, slapeloze nachten om toch maar zoveel mogelijk materiaal doorwrocht te krijgen, zelfs als enige Belg thuisgebleven van de beer tasting klas om verder te kunnen roeren in deze complexe materie en wat blijkt? Parels voor de zwijnen! Het kan geen mens wat schelen! Ik heb nog geprobeerd tegen Fort’s deprimerende boodschap in te gaan en hem te vertellen dat MIJN lezers misschien toch niet helemaal vergeleken konden worden met ZIJN lezers en dat ik er zeker van was dat het lectoraat van Nathalie’s Italian Foodblog toch wel iets meer om het lijf had dan het miezerige, ongeïnteresseerde kleuterlezertje van The Guardian of The Financial Times. Maar het mocht allemaal niet baten. Fort bleef me aankijken met die vriendelijke maar besliste blik vol medelijden die verplegers wel eens hebben als ze met dementerende patiënten omgaan. “Maar natuurlijk, Mevrouwtje, er springen konijntjes uit de kasten en er ligt een bambietje onder uw bed. Wilt u nu uw pilletjes doorslikken alstublieft?”
En dus zit er niks anders op. Jullie moeten zelf reageren! Zelf een lange brief schrijven aan dit voorname Britse heerschap of beter nog, op de Thalys springen en hem in Londen gaan uitleggen wat voor een exquise volbloedlezers jullie wel zijn. Ik heb gedaan wat ik kon om jullie reputatie te redden. Aan mij zal het niet liggen. Tenzij – en mijn hart breekt al bij de gedachte alleen – jullie het natuurlijk met de Britse ster eens zijn en ik inderdaad dus zo goed als niks van jullie mag verwachten. Weet wel dat als jullie echt zo’n stelletje onverlaten zijn, ik alle dertien bieren van de voor jullie gemiste beer tasting persoonlijk bij jullie thuis kom terugvorderen! Misschien zelfs nog een veertiende als extra smartengeld!

donderdag 9 juni 2011

Bonen fluisteren met Rose...

Rose Colon, de bonenfluisteraarster... Hier poserend bij één van haar waanzinnig lekkere Indische kikkererwt-slaatjes.

Zoals jullie ondertussen wel al zullen begrepen hebben, wil ik minder vlees eten. Maar daar moet natuurlijk wel iets voedzaams voor in de plaats komen. Na wat omzwervingen op enkele vegetarische websites kwam ik te weten dat eieren, melkproducten, tofu, noten, zaden en sojaproducten goede proteïne-vervangers zijn. Maar de vleesvervanger die ik nog het liefste wilde uitproberen (ik herinner me namelijk dat professor Islas - Nutrition Science - er zeer lovend over sprak) waren alle verschillende peulvruchten. Dit weekend speurde ik Bra dus af op zoek naar deze kleine energiebommetjes en onder de twijfelachtige blik van Alessandro stopte ik onze voorraadkast in een mum van tijd vol met een ruim aanbod aan gedroogde bonen en soortgenoten. Bij Maxisconto vond ik wit-roodgestreepte Borlotti-bonen en prachtige Fagioli di Spagna (heel grote witte bonen). In het door een Thaise dame uitgebate exotische hoekje van de OrtoBra supermarkt kocht ik een grote zak gedroogde kikkererwten. Bij de groentenboer achter het station vond ik manden vol linzen in allerlei kleuren en bij Bigstore kocht ik een zakje rode bio-bonen. Proteïnerijker dan dit kan het echt niet meer worden, mensen. Nu alleen nog even begrijpen hoe je al dat gedroogde lekkers eigenlijk klaarmaakt. “Twaalf uurtjes laten weken”, lees ik op de verpakking van de Borlotti’s, “en dan een uurtje laten koken". "Opgepast! Geen zout toevoegen aan het kookwater.” Dat vind ik als vrolijk met zout strooiende aardappel-pasta-rijst kookster toch wel een vreemde indicatie. Eens kijken wat de producent van de Fagioli di Spagna daarover te vertellen heeft. Het oordeel is unaniem. Geen zout bij de kokende bonen gieten, noch bij de kokende kikkererwten. Daar moet ik toch het fijne van weten en bij wie kan een mens dan beter te rade gaan dan bij mijn allerliefste medestudente Rose? Niet alleen omdat Rose als Portoricaanse een ongelofelijk uitgebreide bonenkennis heeft maar ook omdat deze foodjournaliste een megafan is van de Indiaanse keuken en dus wekelijks kilo’s en kilo’s kikkererwten in haar kookpotten gooit. Maar doet ze daar dan ook zout bij? Dat is de vraag. Ik ondervroeg haar maandagmorgen op de bus en kreeg onmiddellijk een professioneel bonenantwoord. Rose was opgelucht dat de borlottiverpakking mij van kookrampen had behoed want zout in het kookwater van peulvruchten gieten is inderdaad een doodzonde. Op mijn vraag of ze ook wist waarom legde Rose me uit dat je de gedroogde bonen eigenlijk kookt om ze te hydrateren. Zout onttrekt echter vocht aan voedsel en heeft dus een tegengestelde werking. Dit betekent dat onverlaten die zich van deze chemische wet niks aantrekken voor straf te kampen krijgen met een hoop bonen of kikkererwten die allemaal verschillend van textuur zijn, sommige helemaal plat en andere nog half hard. Niet aan te raden dus. Wat dan weer wel een goede tip is, is het zout toevoegen aan het kookwater na de kooktijd van de peulvruchten en alles nog zo’n tien minuutjes afgedekt laten trekken. Mijn eigen Portoricaanse bonenfluisteraarster zweert bij deze methode dus ik heb er alle vertrouwen in. Pot op het vuur, zakje borlotti's erbij en let's get this bean-cooking started, baby!

woensdag 8 juni 2011

Cheese Tasting: Over kaas en oorlog...

Professioneel proever en kaasconsultant Cristiano De Riccardis legt ons uit hoe we de korst van kaas moeten evalueren.
Kaasles met professioneel proever en kaasconsultant Cristiano De Riccardis vandaag! Wij mochten onder andere proeven van een heerlijke Brie de Meaux, een zeldzame Pecorino Romano en een 22 maanden oude Parmigiano Reggiano. Heel interessant om op een professionele manier kaas te evalueren maar het allerleukste waren toch de anecdotes waarvan De Riccardis de kazen liet vergezellen. Zo zal ik na vandaag nooit nog Pecorino Romano eten zonder aan Etrusken en Romeinse legers te denken. Pecorino Romano is namelijk de oudst bekende kaas in heel Italië en werd uitgevonden door de Etrusken. Deze volkstam maakte de kaas met melk afkomstig van een speciale schapensoort, het Terra Argilla schaap, dat ongelofelijk vette melk produceerde. Aangezien vet en proteïnen een kostbaar goedje waren in die tijd was het omzetten van melk naar kaas helemaal geen slecht idee. Pecorino Romano kan je namelijk een paar maanden bewaren terwijl verse melk al binnen enkele dagen slecht wordt. Ook de Romeinen hadden deze truuk snel door en motiveerden hun legers door de best vechtende soldaten ’s avonds te belonen met een extra groot stuk Pecorino Romano. Dit beloningsmechanisme, maar uiteraard ook de grote hoeveelheid vet – en dus energie – die in de Pecorino zat, zorgden ervoor dat soldaten de volgende dag nog beter gingen presteren en er vrolijk op los hakten. Of hoe kaas je kan helpen een oorlog te winnen...
Maar het verband tussen kaas en oorlog was niet voor alle Italianen altijd zo positief. In het geval van de wereldberoemde Gorgonzola bijvoorbeeld heeft het voor de Lombarden zelfs tot een heel pijnlijke, verweesde situatie geleid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden alle kaasmakerijen van het dorp Gorgonzola namelijk door bombardementen met de grond gelijk gemaakt. Gevolg? Gorgonzola verloor heel haar kaasproductie en moest noodgedwongen toezien hoe het centrum van de Gorgonzola-traditie zich verplaatste naar het in tact gebleven naburige Novara. Hoewel het dus correct is te zeggen dat Gorgonzola een typisch Lombardische kaas is, vindt 95% van de hele Gorgonzola-productie vandaag de dag in buurprovincie Piemonte plaats. Of hoe een oorlog je kan helpen een topkaas te verliezen...

dinsdag 7 juni 2011

Virtuele watersommetjes...

Environment and Food; het nieuwste boek van Colin Sage dat binnen enkele maanden in verkoop gaat. Wij kregen een voorproefje en ik kan jullie verzekeren dat het boek de moeite loont. 
Virtueel water, had daar al iemand van jullie van gehoord? Ik in ieder geval nog niet en het is weer aan professor Sage te danken dat ik nu ook dit concept rijker ben. Virtueel water is water dat in de vorm van voedsel wordt geïmporteerd of geëxporteerd. Als een land bijvoorbeeld waterintensieve producten invoert moet het water dat nodig was om deze producten te vervaardigen eigenlijk bij het waterverbruik van het importerende land geteld worden (bij zijn ecologische watervoetafdruk). Rijst is bijvoorbeeld een gewas dat vaak ingevoerd wordt en enorm veel water nodig heeft (zo’n 3000 m3 water per ton). Maar ook tarwe kan wel wat vocht gebruiken (zo’n 1300 m3 water per ton). Het meest waterintensieve voedingsmiddel is echter vlees. In het boeiende artikel Water footprints of nations: Water use by people as a function of their consumption pattern leggen Hoekstra en Chapagain uit hoeveel water er nodig is om een rund in drie jaar tijd vet te mesten. Om uit te groeien tot een beest dat tot 200 kg vlees verwerkt kan worden, moet een rund eerst ongeveer 1300 kg granen en ongeveer 7200 kg ruw voer eten. Het drinkt hierbij een goede 24 m3 water. Voor de verwerking van dit vlees heeft de industrie dan nog eens 7 m3 extra water nodig. Omgerekend betekent dit dat 1 kg rundsvlees ongeveer 15495 liter water kost. En nee, dat is geen typfout! Per kilo rundsvlees wordt 155 liter water gebruikt om het beest te laten drinken en het te verwerken. Maar je hebt ook nog eens 15340 liter water nodig om de gewassen te telen die je nodig hebt om het dier te eten te geven. In de context van de waterschaarste die ons de volgende decennia te wachten staat nog maar eens een reden om onze vleesconsumptie danig terug te schroeven. Maar dat was niet de enige reden om het over virtueel water te hebben in de les “Food, environment and sustainability”. Sage legde net zoals Hoekstra en Chapagain het accent op een ander belangrijk aspect binnen deze kwestie. Namelijk “waar komen de grootste virtuele waterstromen vandaan en waar stromen ze heen?” Wie deze kwestie onder de loep neemt, komt tot verbazingwekkende conclusies. Zo blijken bij de grootste exporteurs van waterintensieve voedingsmiddelen een hoop landen te zitten die te kampen hebben met reusachtige waterschaarste! Zo vecht de bevolking van de Indische deelstaat Punjab om voldoende water te bemachtigen terwijl ze tegelijkertijd bij de grootste rijstexporteurs ter wereld horen. De belangrijkste importeurs van virtueel water blijken dan weer meestal landen te zijn die over meer dan voldoende water beschikken. Deze laatste groep heeft over het algemeen namelijk veel meer financiële middelen dan de eerste groep en kan het zich permitteren om een extreem waterintensief dieet te volgen (enorme hoeveelheden vlees en voorbewerkte voedingsmiddelen). Logisch? Het is maar hoe je de dingen bekijkt. Vanuit een economisch of vanuit een ecologisch standpunt. Houdbaar? Hangt ervan af of we het hebben over de korte of de lange termijn. Fair? ... Misschien moeten we daar nog eens verder over nadenken.

Fotorecept! Photo Recipe! Penne ai fagiolini, patate e pesto alla trapanese

Zoals jullie weten heb ik het deze week verschrikkelijk druk met kaastechnologie studeren maar omdat ik maandag zo’n ongelofelijk lieve mail kreeg van vriendin en ex-collega Katrien die blijkbaar een grote fan is van mijn fotorecepten, heb ik besloten jullie er voor Puglia toch nog snel eentje voor te schotelen. Katrien had eigenlijk om een frittata-recept gevraagd maar omdat ikzelf ook nog steeds niet zo’n Italiaanse omeletheld ben, moet ik daar eerst nog eens wat Italiaanse mamma’s over ondervragen. Om haar brunchbuffet van zondag toch niet helemaal zonder Italiaanse toets te laten, heb ik dan maar één van mijn meest geurige pastarecepten bovengehaald. Pasta met rode pesto, boontjes en... aardappelen. Beetje raar misschien voor mijn voornamelijk Belgisch-Nederlandse lezerspubliek maar in Italië heel gebruikelijk. Het recept komt trouwens uit een oude “Sale & Pepe”, één van mijn lievelings-Italiaanse culitijdschriften. Ik heb alleen de hoeveelheden ietsje aangepast (in het originele recept gebruikt men maar 130 gram boontjes en maar 120 gram pecorino. Je mag dan ook maar 30 gram parmezaan gebruiken maar daar ben ik iets guller en soepeler in). En nu shoppen en koken maar want de pasta moet zondag bij Katrien op de brunchtafel staan!
Voor 4 personen:
-          320 gram penne rigate (alle andere pasta in de vorm van korte buisjes is ook goed maar het geribbelde van de penne “rigate” helpt wel om de saus beter vast te houden)
-          250 gram snijboontjes
-          200 gram aardappel
-          500 gram rijpe tomaten
-          15 gram basilicumblaadjes
-          50 gram gepelde amandelen
-          een teentje knoflook
-          parmezaanse kaas
-          200 gram verse pecorino (gewogen met de korst)
-          extravergine olijfolie
-          zout
-          peper
ENGLISH VERSION
Last Monday I got this very sweet and enthusiast email from my friend Katrien who appears to be a big fan of my photo recipes. Since I didn’t want to let her wait for a new recipe until after our Puglia trip of next week and since she is organizing a big brunch this Sunday, I decided to start cooking right away. Actually Katrien asked me for a frittata recipe but since I’m not such a big omelet hero myself, I’ll save this up for later after having interrogated some Italian mamma’s on the question. Instead I prepared one of my most aromatic pasta recipes. Pasta with red pesto, green beans and… potatoes. Where I come from, people might find this combination very strange because we don’t put pasta and potatoes in the same dish but actually in Italy (and especially in Liguria, the pesto hart of Italy) it is quite common. I have got the original recipe from an old “Sale & Pepe”, one of my favorite Italian cooking magazines. I just changed the prescribed quantities a little bit (in the original recipe one uses only 130 gram of green beans and only 120 gram of pecorino. The recipe also limits the parmesan quantity to 30 gram but I’m usually using much more). So let’s get cooking, guys, because this pasta dish has to be on Katrien’s brunch table this Sunday!

For 4 people:
-          320 gram of penne rigate (any other kind of pasta shaped like short little tubes would do but the carved surface of the penne “rigate” helps to absorbe the sauce better)
-          250 gram of green beans
-          200 gram of potatoes
-          500 gram of mature tomatoes
-          15 gram of basil leaves
-          50 gram of pealed almonds
-          one clove of garlic
-          parmesan cheese
-          200 gram of fresh pecorino cheese (I’m talking about the weight with the rind)
-          extravirgine olive oil
-          salt
-          pepper


De ingrediënten

The ingredients




We beginnen met het bereiden van de pesto.

We start by preparing the pesto.


Wie niet van een te overheersende looksmaak houdt, kan het groene hart uit het teentje look verwijderen.

If you don't like a too strong garlic taste, you can cut the green hart out of the garlic. It will make the taste milder.


Kook de rijpe tomaten één minuutje in water.

Boil the tomatoes for one minute in water.


Spoel ze af met koud water.

Rince them with cold water.


Verwijder de pel van de tomaten. Gaat vanzelf dankzij het blancheren.

Peel them. This is very easy thanks to the one minute cooking.


Verwijder de pitjes en zaadlijsten van de tomaten.

Remove the seeds and the tough core of the tomatoes.


Mix de tomaten, de basilicum, de amandelen, het teentje look samen met vier eetlepels olijfolie tot een pesto. Goed kruiden met peper en zout.

Mix the tomatoes, the basil, the almonds, the garlic and 4 soupspoons of olive oil until you get a pesto. Be sure to put enough salt and pepper.


Laat de pesto minimum 2 uur rusten in de koelkast.

Leave the pesto in the fridge for at least 2 hours.


Maak de boontjes schoon en snijdt ze in stukjes. Schil de aardappelen en snijdt ze in blokjes.

Clean the green beans and cut them in small pieces. Peel the potatoes and cut them in cubes.


Snijdt de pecorino in dunne schijfjes.

Cut the pecorino into thin slices.


Rasp de parmezaan. Hoeveelheid naar smaak. Ik gebruikte zeker meer dan de voorgeschreven 30 gram:

Grate the parmesan. I used definitely more than the presribed 30 gram.


Kook de pasta, de aardappelen en de boontjes samen in gezouten water.

Cook the pasta, the potatoes and the beans all together in salted water.


Vet een ovenschotel in met olijfolie.

Cover some oven plate with a bit of olive oil.


Meng de pesto onder de pasta, boontjes en aardappelen. Vergeet vooral niet te genieten van de ongelofelijk zalige pesto-aroma's die hierbij je keuken vullen.

Mix the pesto with the pasta, the beans and the potatoes. Don't forget to deeply enjoy the unbelievable pesto aromas which will fill your kitchen.


Leg een eerste laagje pasta in de ovenschaal.

Put a first pasta layer in the oven plate.


Bedek met een laagje pecorino.

Cover it with pecorino.


Tweede laag pasta.

Second pasta layer.


En tweede laag pecorino...

And a second pecorino layer...


Werk af met een derde laag pasta die je bestrooit met parmezaan.

Finish the dish with a third pasta layer and cover it with a parmesan layer.


Zet de pasta 10 minuten afgedekt in een op 200° voorverwarmde oven.

Cover the dish and put it in the oven for 10 minutes at 200° C.


Verwijder het aluminiumfolie en laat de pasta nog 5 minuten verder bakken. Nu op 220°.

Take the aluminium foil off and let the pasta in the oven for 5 more minutes. This time at 220° C.


Pronto!
In tegenstelling tot de gouden Italiaanse regel dat je gerechten best een dag van tevoren klaarmaakt zodat ze nog meer smaak krijgen, zou ik deze pasta meteen opdienen. Als je hem nog eens opwarmt, wordt hij namelijk snel te droog.

Smakelijk en veel brunchplezier!


According to a golden Italian rule, most dishes are better if you serve them the day after because they acquire more aroma and become even tastier. But for this dish I would recommand to eat it right away. I experienced that it becomes too dry if you reheat it the day after.

Buon appetito and have a nice brunch!

woensdag 1 juni 2011

Petrini en Sage, de mozaïek krijgt vorm...

Studeren aan de Slow Food Universiteit is helemaal anders dan studeren aan een Vlaamse Universiteit en dat is soms echt wel even wennen. Je krijgt hier bijvoorbeeld niet zoals in België een twaalftal vakken die je dan een jaar lang mag uitdiepen maar wel 52 minicursusjes die elke week een andere professor voor je neus brengen. Ik vond deze manier van werken in het begin heel vreemd en ook wel enigszins verontrustend (hoe gaan we hier ooit als experts afstuderen als we niets tot op de bodem uitspitten?) maar beetje bij beetje begin ik er de zin van in te zien. Blijkbaar werkt deze studie zoals een mozaïek waarvan je de echte tekening – en dus de echte betekenis – pas te zien krijgt als het laatste steentje is gelegd en je vanop afstand alle kleine schakeltjes mooi in elkaar ziet overlopen. Vandaag was daar een mooi voorbeeld van. Weten jullie nog dat ik in de eerste week van mijn Masterprogramma over Petrini vertelde en over hoe hij ons uitlegde dat de wereld momenteel voedsel produceert dat volstaat om 12 miljard mensen te voeden? Petrini was enorm verontwaardigd dat de FAO mensen vertelt dat we met het toenemende bevolkingscijfer enkel de in 2050 verwachte 9 milliard mensen zullen kunnen voeden als we onze voedselproductie met zo’n 70 tot 100 procent opdrijven. Nonsense volgens de Slow Food oprichter want we hebben nu dus al meer dan genoeg. Bovendien gaat elke toename in voedselproductie gepaard met meer en meer vervuiling en dat kan onze planeet – die momenteel al meer dan ziek genoeg is – echt wel missen. Jullie zullen dan ook wel begrijpen waarom ik het vanmorgen vrij vreemd vond dat één van de artikels die we moesten lezen voor het vak “Food, environment and sustainability” precies uitging van de FAO stelling en analyseerde op welke manier we best met de onvermijdelijke en noodzakelijke toename in voedselproductie konden omgaan. Waarom gaf professor Sage ons een artikel met dit toch duidelijk helemaal verkeerde uitgangspunt? Had hij als docent aan de Slow Food universiteit dan nog niet met Petrini gesproken? Ik ging het hem deze namiddag vragen en kreeg een heel interessant antwoord. Sage beaamde namelijk wat wij aan het begin van dit studiejaar gehoord hadden maar gaf er een nuttige aanvulling op. De wereld produceert momenteel inderdaad genoeg voedsel om 12 milliard mensen mee te voeden ALS we dit voedsel juist gebruiken! Dat wil niet alleen zeggen ALS we het niet gewoon weggooien zoals momenteel bij tonnen gebeurt maar ook ALS we onze graanproducten zelf opeten in plaats van ze met tonnen aan onze varkens en koeien te voeren. ALS we beslissen kleinere, minder bekende maar probleemloos eetbare vissen te eten in plaats van massaal zalm te kopen uit kwekerijen die tonnen en tonnen andere vis moeten vangen om deze vleeseters te voeden. ALS we dus bereid zijn bewuster te worden van wat we eten en wat het eigenlijk kost om een varken of een rund vet te mesten zodat we elke dag een lekker stukje vlees kunnen eten. Petrini heeft dus absoluut gelijk zegt Sage als we er idealistisch vanuit gaan dat alle wereldbewoners vanaf morgen braaf hun dieet aanpassen en als verantwoordelijke en ingelichte burgers met voedsel omgaan. Maar kunnen we daar van uitgaan? Kunnen we daar op hopen als we bijvoorbeeld vaststellen dat koopkracht in een heleboel minder ontwikkelde landen er de laatste tijd enorm op vooruit is gegaan (denk maar aan de BRIC-landen:Brazilië, Rusland, India en China)? Belangrijk detail want mensen in die landen krijgen nu plots toegang tot duurdere producten waarvan het westen nu pas beetje bij beetje begint te begrijpen dat we ze slechts met mate mogen nuttigen als we deze planeet nog leefbaar aan de volgende generatie willen doorgeven. Vleesconsumptie in China is de laatste 20 jaar meer dan verdubbeld en statistici schatten dat dit tegen 2030 nog een keer het geval zal zijn. Dat we om al die beesten te voederen inderdaad meer voedsel moeten produceren is een feit. En dat we de Chinezen moeilijk zullen kunnen overtuigen om minder vlees te kopen terwijl de meeste mensen in het Westen zelf nog elke dag vlees eten is er een ander. Nieuwe schakering in mijn mozaïek? Petrini heeft 100% gelijk maar de FAO met haar kijk op de realiteit waarin we leven evenzeer. Zullen we dan maar gewoon wachten tot de onvermijdelijke toename in voedselproductie met bijhorende vervuiling onze planeet helemaal afmaakt? Nee. Gewoon zelf wat bewuster worden van wat we eten en misschien, heel misschien (ik weet het, wat nu gaat komen klinkt hard en onmenselijk) zelf wat minder bij de slager langsgaan?