zaterdag 20 augustus 2011

Diep in de put...

Formaggio di fossa... Schatten op de bodem van de put.

Van deze put dus!
Weet jij met welk ingrediënt je voor mij het banaalste gerecht in een betoverende lekkernij verandert? Een ingrediënt dat overal ter wereld te vinden is en bovendien nog gratis is ook? Hetzelfde ingrediënt dat me laatst bij mijn Felliniaanse vrienden Bobo en Rita mijn eigen gouden regel – “altijd, maar dan ook altijd typische, lokale gerechten bestellen” – zonder enig spoortje van gewetensbezwaar deed overtreden?

Nee? Geen idee? Echt niemand? Ach, laat ik het dan maar gewoon vertellen. Mijn lievelingsingrediënt is een verhaal... Niets geeft een gerecht zoveel volheid en aroma als het verhaal dat het als een geheimzinnige sluier bedekt maar tegelijk ook ont-dekt. Niets proeft zo heerlijk als een zweempje eeuwenoude geschiedenis op je tong. Een smaak die uiterst moeilijk te beschrijven valt en die waarschijnlijk nergens anders bestaat dan in de fantasie van de verhalenminnende romaniste die ik blijkbaar na al die jaren toch nog altijd ben.
Hoewel sommigen er misschien helemaal ongevoelig voor zijn bestaat het magische verhalenkruid voor mij echt: dingen smaken in mijn ogen gewoon altijd lekkerder geserveerd op een bedje van personnages en gebeurtenissen. Zoals de cappellini al formaggio di fossa die me al deden watertanden toen Rita hun naam nog maar uitsprak. Omdat ik pasta met kaassaus zo uitzonderlijk vind? Helemaal niet. In tegendeel. Maar wel omdat ik Professor Erica Croce nog altijd voor me zie staan tijdens haar presentatie over de culinaire schatten van de regio Emilia-Romagna en ik me nog altijd de schittering in haar ogen herinner toen ze ons vertelde over deze heel bijzondere kaas die enkel geproduceerd wordt in Sogliano en Talamello.
 De legende wil dat het dorp Sogliano al Rubicone eeuwen geleden omsingeld werd door een vijandig leger. Om hun kaas – hun meest kostbare bezit - te beschermen tegen de plunderende soldaten besloten de dorpelingen diepe putten uit te houwen in de pufsteen van de rotsen en hun schat hierin te verstoppen. Toen de rust een paar maanden later was weergekeerd haalden ze hun kazen uit hun geheime bergplaats en stelden ze tot hun verbazing vast dat die veel lekkerder geworden waren. Vanaf dat moment besloten de inwoners van Sogliano hun kazen altijd zo’n drie maanden in deze putten onder de grond te laten rijpen. Ze noemden hun kaas formaggio di fossa (puttenkaas) en lieten hem rond begin september in de “fosse” zakken om hem er op 25 november – de feestdag van Santa Caterina – weer uit te halen.
En dat proefde ik dus bij Rita en Bobo in dat bord pasta dat absoluut niets met Molise te maken had en ik dus eigenlijk niet had mogen bestellen. Ik sloot mijn ogen en proefde dat kleine dorpje aan de Rubicon en de paniek van zijn inwoners toen ze de woeste soldaten op zich af zagen komen. Ik proefde het zweet dat op hun voorhoofd parelde terwijl ze in allerijl de putten kliefden in de harde pufsteen. Ik proefde hun verwondering en opgetrokken wenkbrauwen toen ze de eerste stukjes geredde formaggio di fossa in hun mond staken en vaststelden dat zich een klein culinair mirakel voltrokken had. Al die gevoelens en gebeurtenissen zaten verscholen in dat bord pasta met kaassaus dat zonder deze historie zo eentonig was geweest.
Verhalenkruid. Een onzichtbaar magisch poeder dat elke pompoen in een prachtige toverkoets verandert en elke dienstmeid in een adembenemende prinses. Het zal zijn omdat ik nog steeds teveel van sprookjes hou maar van dit ingrediënt krijg ik mijn leven lang niet genoeg. En van formaggio di fossa dus ook niet.

2 opmerkingen:

  1. Dankjewel, Noortje. Het doet me veel plezier dat je van de tekst genoten hebt. Bedankt!

    BeantwoordenVerwijderen