dinsdag 7 juni 2011

Virtuele watersommetjes...

Environment and Food; het nieuwste boek van Colin Sage dat binnen enkele maanden in verkoop gaat. Wij kregen een voorproefje en ik kan jullie verzekeren dat het boek de moeite loont. 
Virtueel water, had daar al iemand van jullie van gehoord? Ik in ieder geval nog niet en het is weer aan professor Sage te danken dat ik nu ook dit concept rijker ben. Virtueel water is water dat in de vorm van voedsel wordt geïmporteerd of geëxporteerd. Als een land bijvoorbeeld waterintensieve producten invoert moet het water dat nodig was om deze producten te vervaardigen eigenlijk bij het waterverbruik van het importerende land geteld worden (bij zijn ecologische watervoetafdruk). Rijst is bijvoorbeeld een gewas dat vaak ingevoerd wordt en enorm veel water nodig heeft (zo’n 3000 m3 water per ton). Maar ook tarwe kan wel wat vocht gebruiken (zo’n 1300 m3 water per ton). Het meest waterintensieve voedingsmiddel is echter vlees. In het boeiende artikel Water footprints of nations: Water use by people as a function of their consumption pattern leggen Hoekstra en Chapagain uit hoeveel water er nodig is om een rund in drie jaar tijd vet te mesten. Om uit te groeien tot een beest dat tot 200 kg vlees verwerkt kan worden, moet een rund eerst ongeveer 1300 kg granen en ongeveer 7200 kg ruw voer eten. Het drinkt hierbij een goede 24 m3 water. Voor de verwerking van dit vlees heeft de industrie dan nog eens 7 m3 extra water nodig. Omgerekend betekent dit dat 1 kg rundsvlees ongeveer 15495 liter water kost. En nee, dat is geen typfout! Per kilo rundsvlees wordt 155 liter water gebruikt om het beest te laten drinken en het te verwerken. Maar je hebt ook nog eens 15340 liter water nodig om de gewassen te telen die je nodig hebt om het dier te eten te geven. In de context van de waterschaarste die ons de volgende decennia te wachten staat nog maar eens een reden om onze vleesconsumptie danig terug te schroeven. Maar dat was niet de enige reden om het over virtueel water te hebben in de les “Food, environment and sustainability”. Sage legde net zoals Hoekstra en Chapagain het accent op een ander belangrijk aspect binnen deze kwestie. Namelijk “waar komen de grootste virtuele waterstromen vandaan en waar stromen ze heen?” Wie deze kwestie onder de loep neemt, komt tot verbazingwekkende conclusies. Zo blijken bij de grootste exporteurs van waterintensieve voedingsmiddelen een hoop landen te zitten die te kampen hebben met reusachtige waterschaarste! Zo vecht de bevolking van de Indische deelstaat Punjab om voldoende water te bemachtigen terwijl ze tegelijkertijd bij de grootste rijstexporteurs ter wereld horen. De belangrijkste importeurs van virtueel water blijken dan weer meestal landen te zijn die over meer dan voldoende water beschikken. Deze laatste groep heeft over het algemeen namelijk veel meer financiële middelen dan de eerste groep en kan het zich permitteren om een extreem waterintensief dieet te volgen (enorme hoeveelheden vlees en voorbewerkte voedingsmiddelen). Logisch? Het is maar hoe je de dingen bekijkt. Vanuit een economisch of vanuit een ecologisch standpunt. Houdbaar? Hangt ervan af of we het hebben over de korte of de lange termijn. Fair? ... Misschien moeten we daar nog eens verder over nadenken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen